ECLI:NL:RBNNE:2018:55
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- F.J. Agema
- F. de Jong
- A.L.J.M.A. Janssens
- Rechtspraak.nl
Rechtbank verklaart strafzaak tegen tbs-veroordeelde niet geëindigd ondanks vertraging opsporingsonderzoek
Op 13 april 2017 vond een vermeende zware mishandeling plaats binnen een tbs-instelling. Verdachte, een tbs-veroordeelde, werd verdacht van mishandeling van een medepatiënt. Na het incident werden de verloven van verdachte ingetrokken. Op 12 juli 2017 diende de raadsman een verzoek in op grond van artikel 180 Sv Pro om een termijn te stellen voor de beëindiging van het opsporingsonderzoek, omdat het OM onvoldoende voortvarend zou handelen.
De rechter-commissaris stelde een termijn tot 1 oktober 2017 voor afronding van het onderzoek. Het OM leverde het procesdossier echter niet tijdig aan, waarna de rechter-commissaris de rechtbank voorstelde de zaak te beëindigen. Tijdens de zitting op 20 december 2017 voerde de verdediging aan dat het OM nalatig was en onvoldoende rekening hield met de bijzondere positie van verdachte. Het OM stelde dat het onderzoek complex was, getuigen binnen een tbs-setting moeilijk te horen zijn, en dat het onderzoek niet stil had gelegen.
De rechtbank constateerde dat er weliswaar vertraging was en dat het OM nalatig was in het naleven van termijnen en het inzichtelijk maken van opsporingshandelingen, maar dat er sinds het incident diverse opsporingshandelingen hadden plaatsgevonden. De termijn tussen verdenking en dagvaarding bedroeg ruim zes maanden, wat lang was, maar niet zodanig dat de zaak niet met voortvarendheid werd behandeld.
De rechtbank oordeelde dat de strafzaak niet is geëindigd en dat de vervolging wordt voortgezet. De inhoudelijke behandeling van de zaak staat gepland op 31 januari 2018. Hiermee wordt het verzoek tot beëindiging van de strafzaak afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart dat de strafzaak tegen verdachte niet is geëindigd en de vervolging wordt voortgezet.