Op 18 juli 2018 pleegde verdachte meerdere strafbare feiten: diefstal van een fiets en een auto, het aanrijden van een fietser met de gestolen auto en vernieling van een autospiegel en ruit van een woning. De rechtbank achtte het primair ten laste gelegde poging doodslag niet wettig en overtuigend bewezen en sprak verdachte daarvan vrij.
De rechtbank stelde vast dat verdachte leed aan een matig ernstige verstandelijke ontwikkelingsstoornis, een ernstige stoornis in het gebruik van amfetaminen en een psychotische stoornis met wanen, waardoor hij verminderd toerekeningsvatbaar was voor de diefstallen en niet toerekeningsvatbaar voor de poging zware mishandeling en vernielingen.
Daarom werd verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee maanden voor de diefstallen, met aftrek van voorarrest, en ontslagen van alle rechtsvervolging voor de poging zware mishandeling en vernielingen. Tevens werd een maatregel gedwongen opname in een psychiatrisch ziekenhuis voor de duur van één jaar opgelegd.
De vorderingen van benadeelde partijen tot schadevergoeding werden niet-ontvankelijk verklaard vanwege het ontbreken van curatorstoestemming en moeten bij de civiele rechter worden ingesteld.
De uitspraak werd gewezen door de rechtbank Noord-Nederland op 21 december 2018, waarbij mr. Tuinstra wegens omstandigheden niet medeondertekende.