ECLI:NL:RBNNE:2018:5326

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
21 december 2018
Publicatiedatum
20 december 2018
Zaaknummer
18/920093-18
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 84 SvArt. 89 SvArt. 591a SvArt. 27 Sr
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot schadevergoeding wegens onterechte detentie deels toegewezen

Verzoeker diende een verzoek in tot schadevergoeding van €1.409,50 wegens kosten en schade die hij stelt te hebben geleden door een strafzaak die eindigde in een sepotbeslissing. De kosten betroffen vermeende onterechte inverzekeringstelling, rechtsbijstand en kosten voor het verzoek zelf.

De rechtbank stelde vast dat verzoeker formeel niet in verzekering was gesteld voor de vernieling waarvoor hij werd aangehouden, maar wel drie dagen op het politiebureau verbleef op grond van artikel 84 Sv Pro vanwege een schorsingsvoorwaarde van een andere strafzaak. De rechtbank oordeelde dat verzoeker geen vergoeding kreeg voor de vermeende onterechte inverzekeringstelling, aangezien deze niet formeel had plaatsgevonden en de detentie verband hield met een andere zaak.

Wel werden de kosten voor rechtsbijstand en het indienen en behandelen van het verzoek volledig toegewezen, aangezien deze niet door het Openbaar Ministerie waren betwist. De totale toegekende vergoeding bedroeg €1.094,50, die aan verzoeker werd uitgekeerd. De beschikking werd op 21 december 2018 door de meervoudige kamer van de Rechtbank Noord-Nederland uitgesproken.

Uitkomst: De rechtbank kent verzoeker een vergoeding toe van €1.094,50 en wijst vergoeding voor inverzekeringstelling af.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht
Locatie Assen
rekestnummers 18/565 en 18/566
parketnummer 18/920093-18
beschikking van de meervoudige raadkamer d.d. 21 december 2018 op het verzoekschrift ex artikel 89 en Pro 591(a) van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door:

[verzoeker],

geboren op [geboortedatum] 1992 te [geboorteplaats],
domicilie kiezende te [straatnaam], [woonplaats],
advocaat mr. F. Pool.

Procesverloop

Het verzoek strekt tot vergoeding van de kosten die door verzoeker zijn gemaakt ten gevolge van de tegen verzoeker onder parketnummer 18/920093-18 gevoerde strafzaak, tot een bedrag van € 1.409,50 bestaande uit:
  • € 315,00, ter zake van de schade die verzoeker stelt te hebben geleden ten gevolge van ten onrechte ondergane inverzekeringstelling;
  • € 544,50, ten behoeve van kosten rechtsbijstand;
  • € 550,00, wegens de kosten van het opstellen, indienen en de behandeling ter zitting van het onderhavige verzoek.
De officier van justitie heeft op 2 oktober 2018 een reactie op het ingediende verzoek aan de rechtbank doen toekomen.
Ter zitting van 11 december 2018 zijn gehoord:
  • de raadsman van verzoeker mr. F. Pool;
  • de officier van justitie mr. A. van 't Oever-Grootkarzijn.

Standpunten

De raadsman heeft ter zitting aangevoerd dat verzoeker formeel niet in verzekering is gesteld voor de vernieling waarvoor hij is aangehouden, echter de drie dagen die hij op het politiebureau heeft vastgezeten in verband met overtreding schorsingsvoorwaarden dienen wel voor vergoeding in aanmerking te komen. Volgens de raadsman betrof het een familiekwestie en had de zaak buiten het strafrecht moeten blijven. Verzoeker heeft door de detentie schade geleden.
De officier van justitie heeft ter zitting meegedeeld dat zij het vooraf schriftelijk ingediende standpunt zoals neergelegd in de reactie van 2 oktober 2018 handhaaft. De verzochte schade ten gevolge van onterecht ondergane inverzekeringstelling dient afgewezen te worden, omdat verzoeker formeel niet in verzekering is gesteld. De overige kosten kunnen worden toegewezen zoals verzocht.

Motivering

Bij de behandeling is de rechtbank gebleken dat verzoeker kosten heeft gemaakt in de tegen hem gevoerde strafzaak die is geëindigd door een sepotbeslissing van 22 juni 2018.
Uit het schriftelijke standpunt van de officier van justitie blijkt dat verzoeker op 5 mei 2018 om 8.15 uur is aangehouden in verband met vernieling en dat hij op 5 mei 2018 om 14.12 uur is heengezonden. Vervolgens is verzoeker op grond van artikel 84 van Pro het Wetboek van Strafvordering aangehouden in verband gerezen verdenking van het gepleegd hebben van een strafbaar feit terwijl hij in een schorsing van zijn voorlopige hechtenis voor een andere strafzaak liep. Vervolgens is de vordering tot opheffing van de schorsing door de raadkamer afgewezen waarna verzoeker op 8 mei 2018 onmiddellijk in vrijheid werd gesteld.
De rechtbank is op grond van het voorgaande van oordeel dat verzoeker niet in verzekering is gesteld voor de strafzaak waarvoor sepot is gevolgd, maar op de voet van artikel 84 van Pro het Wetboek van Strafvordering 3 dagen op het politiebureau heeft doorgebracht.
Nu verzoeker voor de andere strafzaak is veroordeeld tot een deels voorwaardelijke gevangenisstraf en daarbij rekening is gehouden met aftrek op grond van artikel 27 van Pro het Wetboek van Strafrecht, heeft verzoeker ook daarom geen recht op financiële vergoeding ten aanzien van de strafzaak die in een sepotbeslissing is geëindigd.
De rechtbank is van oordeel dat de verzochte kosten voor het indienen van het verzoek en de behandeling ter zitting kunnen worden toegewezen als verzocht. De officier van justitie heeft deze post immers niet betwist.
De rechtbank zal, conform de LOVS-richtlijnen, als kosten voor het indienen van het verzoek en de behandeling ter zitting een vergoeding inclusief BTW toekennen van € 550,00.
Tevens is de rechtbank van oordeel dat de verzochte kosten ten behoeve van rechtsbijstand van € 544,50 voor vergoeding in aanmerking komen, nu de officier van justitie ook deze schadepost niet heeft betwist.

Beslissing

De rechtbank kent aan verzoeker een vergoeding toe van € 1.094,50 (zegge: eenduizend vierennegentig euro en vijftig cent), over te maken op rekeningnummer [rekeningnummer] ten name van St. Derdengelden Plasman Advocaten te Amsterdam onder vermelding van [kenmerk].
Deze beschikking is gegeven door mr. G. Eelsing, voorzitter, mr. M.A.A. van Capelle en mr. E.P. van Sloten, rechters, bijgestaan door A.D. Brinkman, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 21 december 2018, zijnde mr. Van Sloten buiten staat deze beschikking mede te ondertekenen.