ECLI:NL:RBNNE:2018:5240
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte wegens gebrek aan bewijs voor betrokkenheid bij handel in cocaïne
De rechtbank Noord-Nederland heeft verdachte vrijgesproken van de ten laste gelegde feiten met betrekking tot de uitvoer en verkoop van cocaïne in de periode van februari tot augustus 2016. Hoewel uit gesprekken bleek dat verdachte op de hoogte was van de drugshandel van een medeverdachte, is niet vastgesteld dat verdachte nauw en bewust heeft samengewerkt met deze medeverdachte of anderen om drugs te leveren aan Duitsers.
Verdachte was slechts eenmaal aanwezig tijdens een drugstransactie op 26 augustus 2016, waarbij contact was met Duitsers bij wie later cocaïne werd aangetroffen. Er is echter geen bewijs dat verdachte actief heeft bijgedragen aan deze transacties of medeplichtig was. De rechtbank concludeert dat wetenschap van de handel alleen onvoldoende is voor een veroordeling.
Daarnaast heeft de rechtbank gelast dat de inbeslaggenomen geldbedragen van in totaal € 1.612,57 aan verdachte worden teruggegeven, aangezien het belang van de strafvordering zich daartegen niet verzet. De uitspraak werd gedaan na onderzoek ter terechtzitting en sluit het dossier met een vrijspraak van alle ten laste gelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van actieve deelname aan drugshandel.