Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.De procedure
2.De feiten
3.De vordering
4.De beoordeling
€ 400,00
Rechtbank Noord-Nederland
De huurder huurt sinds oktober 2017 een woning van Stichting Thús Wonen op basis van een tijdelijke huurovereenkomst van 12 maanden, gekoppeld aan een begeleidingsconvenant met GGZ Fact. De huurder heeft echter nooit meegewerkt aan de begeleiding en veroorzaakte langdurige overlast bij omwonenden. Thús Wonen heeft de huurder bij brief van 4 juli 2018 geïnformeerd over het einde van de huurovereenkomst per 13 oktober 2018, maar deze aanzegging was negen dagen te vroeg, waardoor de huurovereenkomst volgens artikel 7:271 lid 1 BW Pro stilzwijgend is verlengd voor onbepaalde tijd.
Thús Wonen vordert ontruiming van de woning wegens tekortkoming van de huurder. De kantonrechter oordeelt dat de primaire grondslag van beëindiging van de huurovereenkomst faalt vanwege de te vroege aanzegging. Wel is voldoende aannemelijk dat de huurder ernstig tekortschiet door het veroorzaken van overlast en het weigeren van begeleiding, wat rechtvaardigt dat de huurovereenkomst ontbonden wordt en ontruiming volgt.
De kantonrechter veroordeelt de huurder tot ontruiming binnen drie dagen na betekening van het vonnis, betaling van herstelkosten en buitengerechtelijke incassokosten, en in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De huurder wordt veroordeeld tot ontruiming van de woning binnen drie dagen wegens ernstige tekortkoming en weigering van begeleiding.