ECLI:NL:RBNNE:2018:4980
Rechtbank Noord-Nederland
- Bodemzaak
- K. Wentholt
- Rechtspraak.nl
Verjaring van terugvordering WW-uitkering wegens ontbrekende stuiting door verzendbewijs
In deze bestuursrechtelijke zaak staat de vraag centraal of de vorderingen van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (verweerder) op eiser wegens onverschuldigde WW-uitkeringen uit 2010 zijn verjaard. Verweerder had een primaire terugvorderingsbeslissing genomen en deze later herroepen met een andere motivering dat de vorderingen niet verjaard zouden zijn vanwege stuitingsbrieven die de verjaring zouden hebben onderbroken.
Eiser betwistte de ontvangst van de brieven van 21 oktober 2014 en 18 mei 2015, die niet aangetekend waren verzonden. Verweerder kon niet aannemelijk maken dat deze brieven daadwerkelijk aan het juiste adres waren verzonden, omdat een verzendadministratie ontbrak. De rechtbank oordeelde dat zonder bewijs van verzending de verjaring niet is gestuit en de vordering als verjaard moet worden beschouwd.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en herroept het primaire besluit, waardoor de vordering van € 20.671,74 op eiser verjaard is. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van eiser. De uitspraak werd mondeling gedaan op 3 december 2018.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en bepaalt dat de vordering van € 20.671,74 verjaard is wegens het ontbreken van bewijs van stuiting.