ECLI:NL:RBNNE:2018:4653

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
15 november 2018
Publicatiedatum
15 november 2018
Zaaknummer
C/17/ 18-3, 4, 5 en 6 S
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 272 lid 2 FwArt. 272 lid 3 FwArt. 29 lid 7 Wet OB
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Homologatie van akkoord in voorlopige surseance van betaling DVJ-bedrijven

De rechtbank Noord-Nederland behandelde op 14 november 2018 de homologatie van het akkoord in de voorlopige surseance van betaling van vier besloten vennootschappen behorend tot DVJ. De surseanceprocedure betreft DVJ INFRA EN MILIEU B.V., DVJ HOLDING B.V., DVJ MATERIEEL B.V. en DVJ MILIEUTECHNIEK B.V., allen gevestigd te Joure.

Tijdens de verificatievergadering op 31 oktober 2018 werd het akkoord aangenomen, waarvan de inhoud integraal in de beschikking is opgenomen. De rechtbank heeft tevens kennisgenomen van schriftelijke mededelingen van de bewindvoerder en de advocaat van de sursieten.

De kern van het geschil betrof de vraag of de nakoming van het akkoord voldoende gewaarborgd is, met name ten aanzien van de vordering van de Belastingdienst van circa €686.000,--. Een deel van deze vordering wordt betwist door de sursieten. De rechtbank concludeert dat het niet-betwiste deel voldaan kan worden en dat voor het betwiste deel een hypotheekrecht als zekerheid is gesteld. De rechter-commissaris achtte de nakoming voldoende gewaarborgd.

Er zijn geen andere weigeringsgronden vastgesteld. De rechtbank acht homologatie passend, mede omdat niet aannemelijk is dat de Belastingdienst bij niet-homologatie beter af zou zijn. De rechtbank heeft het akkoord daarom gehomologeerd en de beschikking op 15 november 2018 uitgesproken.

Uitkomst: De rechtbank heeft het akkoord in de voorlopige surseance van betaling van de DVJ-bedrijven gehomologeerd.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling privaatrecht
Locatie Leeuwarden
Uitspraak: 15 november 2018
Surseancenummers: C/17/18/3-4-5-6 S
van de rechtbank te Leeuwarden, enkelvoudige handelskamer, in de voorlopige surseances van betaling van:
de besloten vennootschappen

1.DVJ INFRA EN MILIEU B.V.,

tevens handelend onder de naam
DVJ MATERIEELVERHUUR
ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer 01057532,
correspondentieadres: 8500 AB Joure, Postbus 90,
vestigingsadres: 8501 SN Joure, Yndustrywei 1,

2.DVJ HOLDING B.V.,

ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer 01075325,
gevestigd: 8501 SN Joure, Yndustrywei 1,

3.DVJ MATERIEEL B.V.,

ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer 01085380,
gevestigd: 8501 SN Joure, Yndustrywei 1,
correspondentieadres: 8500 AB Joure, Postbus 90 en

4.DVJ MILIEUTECHNIEK B.V.

ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer 01064190,
gevestigd: 8501 SN Joure, Yndustrywei 1,
correspondentieadres: 8500 AB Joure, Postbus 90,
hierna: DVJ,
advocaat: mr. O.A. van Oorschot,
bewindvoeder mr. W. Mollema.

1.Procesverloop

1.1
De rechtbank heeft kennis genomen van het proces-verbaal van de op 31 oktober 2018 gehouden verificatievergadering, alsmede van het op die datum aangenomen akkoord, zoals dat blijkt uit de aan het proces-verbaal gehechte stukken. De inhoud van het akkoord wordt als in deze beschikking herhaald en ingelast beschouwd.
1.2
De rechtbank heeft eveneens kennisgenomen van twee e-mailberichten van 14 november 2018 van mr. Mollema en van een e-mailbericht van 14 november 2018 van mr. van Oorschot.
Voornoemde berichten zijn partijen bekend.
1.3
De rechtbank heeft de homologatie van het akkoord behandeld ter terechtzitting van 14 november 2018.
Verschenen zijn:
- mr. O.A. van Oorschot, advocaat van DVJ
- [A] , (mede-) bestuurder DVJ
- [B] (mede-) bestuurder DVJ
- mr. M. van Uffelen, Rabobank Nederland
- [C] , personeelsmanager DVJ
- [D] , controller DVJ
- [E] , concurrente crediteur
- mr. W. Mollema, bewindvoerder, vergezeld van zijn kantoorgenoot mr. R.J. Duursma
- mr. H.J. Idzenga, rechter-commissaris

2.Motivering

2.1
De rechtbank komt op basis van de stukken en hetgeen ter zitting is besproken tot het volgende oordeel.
2.2.
Met betrekking tot de in artikel 272, lid 2 genoemde weigeringsgronden is enkel aan de orde de vraag of nakoming van het akkoord voldoende gewaarborgd is. In dit licht is van belang of de vordering van de Belastingdienst voldaan kan worden indien het akkoord gehomologeerd wordt. Deze vordering bedraagt (afgerond) € 686.000,--. Een gedeelte van deze vordering, groot ongeveer € 247.000,--, betreft een claim op grond van artikel 29 lid 7 van Pro de Wet OB, ten aanzien waarvan namens sursieten de verschuldigdheid op dit moment wordt betwist.
2.3.
Namens sursieten is een financieel overzicht in het geding gebracht, dat aan deze beschikking wordt gehecht. Naar aanleiding daarvan heeft de bewindvoerder opgemerkt dat hij constateert dat dit overzicht voorziet in een regeling waarbij de gehele claim van de Belastingdienst bij homologatie zou kunnen worden voldaan, maar dat afgewacht moet worden in hoeverre deze financiële situatie zich daadwerkelijk zal voordoen. De rechter-commissaris heeft in dit verband te kennen gegeven dat hij meent dat de gehele opeisbare vordering van de Belastingdienst zal kunnen worden voldaan en dat het akkoord gehomologeerd kan worden.
2.4.
De rechtbank constateert dat het niet-betwiste gedeelte van de vordering van de Belastingdienst voldaan kan worden, en dat ten aanzien van het betwiste gedeelte een voorziening is getroffen in de vorm van een recht van hypotheek. Dat deze laatste voorziening onvoldoende zekerheid biedt, zoals de Belastingdienst kennelijk vreest, is niet gebleken.
De nakoming van het akkoord is aldus voldoende gewaarborgd.
2.5.
Van andere weigeringsgronden, als bedoeld in lid 3 van artikel 272 Fw Pro, is niet gebleken. Daarbij wordt opgemerkt dat niet aannemelijk is dat de Belastingdienst bij niet-homologeren, mede gelet op de consequenties daarvan voor de andere schuldeisers, uiteindelijk in een betere positie zou verkeren dan in geval van homologatie.
Beslissing
De rechtbank:
homologeert het akkoord.
Deze beschikking is gegeven door de rechter mr. J.E. Biesma en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 november 2018.