ECLI:NL:RBNNE:2018:4342
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel uit hennepkwekerij
De rechtbank Noord-Nederland heeft op 26 oktober 2018 uitspraak gedaan in een zaak waarin de officier van justitie vorderde dat veroordeelde een bedrag aan wederrechtelijk verkregen voordeel zou betalen. Dit voordeel was voortgekomen uit een hennepkwekerij die door veroordeelde was geëxploiteerd, wat strafbaar is gesteld in artikel 3, onder B, van de Opiumwet.
De rechtbank baseerde haar oordeel op een rapport van de politie waarin de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel was opgenomen. Uit dit rapport bleek dat de bruto opbrengst per oogst, uitgaande van 639 planten en een opbrengst van 28,2 gram per plant, €59.104,95 bedroeg. Na aftrek van afschrijvingskosten en variabele kosten resteerde een netto opbrengst van €54.481,16. Van dit bedrag werden de reeds aan de benadeelde partij vergoede stroomkosten van €3.680,39 afgetrokken, waardoor het te ontnemen bedrag op €50.800,78 werd vastgesteld.
De verdediging voerde aan dat het ten grondslag liggende feit niet bewezen kon worden, maar de rechtbank oordeelde dat het feit wettig en overtuigend was bewezen. De rechtbank legde veroordeelde de verplichting op om het bedrag van €50.800,78 aan de staat te betalen ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel en wees de vordering voor het overige af.
Uitkomst: Veroordeelde is verplicht tot betaling van €50.800,78 aan de staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.