Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[verdachte] ,
Tenlastelegging
Beoordeling van het bewijs
opgenomen op pagina 67 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met
Rechtbank Noord-Nederland
Op 8 april 2017 schoot een politieagente vier keer op een man die op een scooter reed en die zij ten onrechte aanzag voor een verdachte waar de politie naar op zoek was. De man reed op hoge snelheid en maakte geen aanstalten te stoppen, waarop de agente besloot te schieten om hem aan te houden.
De rechtbank oordeelde dat het primair ten laste gelegde, poging tot doodslag, niet bewezen kon worden omdat er geen aanmerkelijke kans op overlijden was. Wel werd vastgesteld dat de agente met voorwaardelijk opzet handelde door willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaardde dat de man zwaar lichamelijk letsel zou kunnen oplopen door het schieten op de scooter.
De verdediging voerde noodweer(exces), putatief noodweer en handelen ter uitvoering van een wettelijk voorschrift aan, maar de rechtbank verwierp deze verweren. De rechtbank stelde vast dat de agente in strijd met de Ambtsinstructie handelde omdat de situatie niet voldeed aan de criteria voor het gebruik van vuurwapengeweld.
Gezien de omstandigheden, de functie van verdachte als politieagente en het feit dat zij geen eerdere veroordelingen had, legde de rechtbank een geheel voorwaardelijke taakstraf van 120 uur op met een proeftijd van twee jaar. De straf dient als signaal dat ook politiefunctionarissen verantwoordelijk zijn voor hun geweldsgebruik.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke taakstraf van 120 uur met een proeftijd van twee jaar wegens poging tot zware mishandeling.