De rechtbank Noord-Nederland heeft op 14 september 2018 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak over een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming voor het opzettelijk vangen van zwarte kraaien met gebruik van een vangkooi.
Hoewel vaststond dat de ontheffing niet leidt tot verslechtering van de staat van instandhouding van de zwarte kraai en dat geen andere bevredigende oplossing bestond, oordeelde de rechtbank dat verweerder onvoldoende had onderzocht en gemotiveerd in hoeverre de ontheffing daadwerkelijk bijdraagt aan de bescherming en bevordering van de weidevogelpopulatie in Fryslân. Tevens voldeed de ontheffing niet aan de eis dat de gebruikte dodingsmethode duidelijk moet zijn aangegeven; cervicale dislocatie werd ten onrechte als methode genoemd.
De rechtbank concludeerde dat de ontheffing niet had mogen worden verleend, vernietigde het bestreden besluit en herroept het primaire besluit. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres.