Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
de inspecteur van de Belastingdienst/kantoor Doetinchem, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
€ 907.111
Rechtbank Noord-Nederland
Eiseres, een particuliere hofjesstichting die een gasthuis beheert met 28 verhuurde woningen, maakte bezwaar tegen de verhuurderheffing 2017. Zij stelde dat de heffing in strijd is met haar eigendomsrecht (artikel 1 EP Pro EVRM) en het gelijkheidsbeginsel (artikel 26 IVBPR Pro), mede vanwege haar liefdadigheidsdoel, beheer door vrijwilligers, monumentale status en beperkte huurinkomsten.
De rechtbank stelt vast dat de verhuurderheffing een aantasting van eigendom is, maar dat deze een legitieme basis en doel heeft. De wetgever heeft ruime beoordelingsvrijheid en heeft de heffing bewust ook op particuliere verhuurders, zoals hofjesstichtingen, toegepast zonder uitzondering. De rechtbank oordeelt dat de heffing niet disproportioneel is en dat eiseres onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij hierdoor een buitensporige last draagt.
Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel wordt verworpen. De wetgever heeft met een vrijstelling voor de eerste tien woningen rekening gehouden met kleinere verhuurders. De rechtbank concludeert dat de situatie van eiseres niet zodanig afwijkt dat sprake is van ongeoorloofde discriminatie.
Gelet op deze overwegingen verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en wijst zij het bezwaar tegen de verhuurderheffing af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de verhuurderheffing 2017 wordt ongegrond verklaard en eiseres is de heffing verschuldigd.