Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[verdachte] ,
30 augustus 2018.
Rechtbank Noord-Nederland
De rechtbank Noord-Nederland heeft verdachte veroordeeld voor verduistering gepleegd in haar functie als thuiszorgmedewerkster, waarbij zij tussen juni 2014 en maart 2015 geldbedragen van de bankrekening van haar cliënt wederrechtelijk heeft toegeëigend. Verdachte werd vrijgesproken van de tenlastegelegde diefstal en valsheid in geschrifte wegens onvoldoende bewijs.
Het bewijs bestond uit bankafschriften, verklaringen van getuigen, processen-verbaal van bevindingen en verklaringen van verdachte zelf. De rechtbank oordeelde dat verdachte de pinpas en pincode van de cliënt had en dat zij stelselmatig geld via pinopnames en moneygram-transfers naar zichzelf en derden overmaakte zonder toestemming van de cliënt.
De verdediging voerde aan dat verdachte toestemming had voor bepaalde betalingen en dat de overboekingen schenkingen waren, maar dit werd niet aannemelijk gemaakt. Ook werd het bewijs van vervalste betaalopdrachten onvoldoende geacht voor een veroordeling wegens valsheid in geschrifte.
De rechtbank hield rekening met de ernst van het misbruik van vertrouwen, de persoonlijke omstandigheden van verdachte en de overschrijding van de redelijke termijn en legde een taakstraf van 160 uur op met vervangende hechtenis van 80 dagen bij niet-nakoming.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een taakstraf van 160 uur voor verduistering in dienstbetrekking.