Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[verdachte] ,
Tenlastelegging
Beoordeling van het bewijs
Bewezenverklaring
Vanochtend, 15 januari 2018 omstreeks 05:45 uur, hoorde ik [verdachte] , schreeuwen en bonken op de gezamenlijke voordeur. Na vijf minuten hoorde ik [verdachte] weggaan. Kort daarna hoorde ik [verdachte] weer schreeuwen en bonken op de gezamenlijke voordeur. Ik ben er toen zelf op afgegaan. Ik opende de deur en zei hem dat hij moest ophouden. Daarop heeft [verdachte] mij met beide handen bij mijn trui gepakt en vanuit de hal naar buiten getrokken. Ik zag dat hij met beide vuisten gebald, mij met volle kracht in mijn gezicht stootte. Hij raakte mij in mijn gezicht en op mijn bovenlichaam. Ik zag toen dat hij een ijzeren bezem in zijn hand had. Daarmee sloeg hij meerdere malen op mij in. Daardoor heb ik nu een gat in mijn hoofd en heb ik meerdere verwondingen op mijn rug [1] .
Bewezenverklaring
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening;
Strafmotivering
Benadeelde partij
Vordering na voorwaardelijke veroordeling
Toepassing van wetsartikelen
Uitspraak
De rechtbank
een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden.
een gedeelte, groot 3 maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op 3 jaar, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
[slachtoffer 2]toe tot na te melden bedrag en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van €
1.607,01(zegge: duizendzeshonderdzeven euro en één eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 januari 2018.
[slachtoffer 2]voor het overige in de vordering niet ontvankelijk is en dat dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.
[slachtoffer 2]te betalen een bedrag van €
1.607,01(zegge: duizendzeshonderdzeven euro en één eurocent) bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 32 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag bestaat uit € 107,01 aan materiële schade en € 1.500,00 aan immateriële schade.
[slachtoffer 2]daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.
[slachtoffer 1]toe tot na te melden bedrag en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van €
150,00(zegge: honderdvijftig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 26 november 2017.
[slachtoffer 1]voor het overige in de vordering niet ontvankelijk is en dat dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.
[slachtoffer 1]te betalen een bedrag van €
150,00(zegge: honderdvijftig euro) bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 3 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag bestaat € 150,00 aan immateriële schade.
[slachtoffer 1]daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.