ECLI:NL:RBNNE:2018:3162
Rechtbank Noord-Nederland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ontbinding arbeidsovereenkomst wegens vermeende fraude bij zaalverhuur door conciërge
In deze zaak vordert Stichting voor Christelijk Voortgezet Onderwijs in Zuid-West Fryslân (CVO) de ontbinding van de arbeidsovereenkomst met een conciërge wegens vermeende fraude bij de verhuur van zaalruimte aan derden. De kantonrechter heeft uitgebreid bewijs en getuigenverklaringen onderzocht, waaronder verklaringen van voormalige en huidige medewerkers en leidinggevenden.
De kern van het geschil betreft de vraag of de conciërge zonder toestemming zaalruimte mocht verhuren en opbrengsten daarvan voor zichzelf mocht houden. Uit verklaringen van een voormalige sectordirecteur en een docent blijkt dat er in het verleden mondelinge afspraken waren over incidentele verhuur en directe betaling buiten de boekhouding om, onder de rector die voor 2010 aantrad. Andere getuigen, waaronder latere leidinggevenden, ontkennen kennis van dergelijke afspraken.
De kantonrechter oordeelt dat de verklaringen van de vroegere betrokkenen voldoende aannemelijk maken dat er in het verleden afspraken bestonden die de conciërge recht gaven op directe betalingen. De door CVO gemaakte verwijten zijn daardoor niet gerechtvaardigd en vormen geen grond voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Ook het subsidiaire verweer over een verstoorde arbeidsrelatie wordt niet gevolgd. Het verzoek wordt afgewezen en CVO wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wordt afgewezen en CVO wordt veroordeeld in de proceskosten.