Op 14 augustus 2016 ontstond een worsteling tussen verdachte en aangever, waarbij verdachte aangever uit het raam van hun kamer op de tweede verdieping heeft gewerkt en hem vervolgens bewust heeft losgelaten, waardoor aangever naar beneden viel. Ondanks dat zwaar lichamelijk letsel is uitgebleven, is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte voorwaardelijk opzet had op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel.
De rechtbank baseerde haar oordeel op getuigenverklaringen van onafhankelijke getuigen die het incident zagen en hoorden. De verdediging voerde aan dat de verklaringen inconsistent waren en onvoldoende bewijs boden, maar de rechtbank achtte de verklaringen in hoofdlijnen consistent en betrouwbaar.
Psychiatrisch onderzoek toonde aan dat verdachte leed aan een ernstige psychotische stoornis (schizofrenie, paranoïde type) en mogelijk verminderd toerekeningsvatbaar was. De rechtbank hield hier rekening mee bij de strafoplegging.
De rechtbank veroordeelde verdachte tot een gevangenisstraf van 6 maanden, geheel voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. Daarnaast werd verdachte veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van €253,96 aan het slachtoffer, bestaande uit materiële en immateriële schade, met wettelijke rente vanaf de datum van het incident.