ECLI:NL:RBNNE:2018:249
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs ontuchtige handelingen met dementerende vrouw
De rechtbank Noord-Nederland heeft verdachte vrijgesproken van het ten laste gelegde dat hij ontuchtige handelingen zou hebben verricht met een 92-jarige dementerende vrouw op een gesloten afdeling van een wijkzorgcentrum. De tenlastelegging omvatte onder meer het uitdoen of omhoog trekken van kleding, het openmaken van de incontinentiebroek en het met het bovenlichaam op de vrouw liggen.
De officier van justitie vorderde veroordeling op basis van verklaringen van getuigen die verdachte op de kamer van het slachtoffer aantroffen en een verklaring van het slachtoffer zelf. De verdediging betoogde dat niet wettig en overtuigend bewezen kon worden dat verdachte de ontuchtige handelingen had verricht en dat het slachtoffer mogelijk niet onvermogen had om haar wil te bepalen.
De rechtbank oordeelde dat de verklaringen onvoldoende bewijs boden dat verdachte de handelingen had verricht. Er was twijfel over de waarnemingen van de getuigen en het ziektebeeld van het slachtoffer maakte het mogelijk dat zij zelf handelingen had verricht. Ook was niet overtuigend bewezen dat verdachte met zijn bovenlichaam op het slachtoffer had geleund of gelegen. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van het ten laste gelegde.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van ontuchtige handelingen met een dementerende vrouw.