ECLI:NL:RBNNE:2018:237
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- E.Th.M. Zwart
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot ontbinding arbeidsovereenkomst ingetrokken; tegenverzoek werknemer na mondelinge behandeling te laat
De zaak betreft een verzoek van de werkgever tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst met de werknemer, ingediend op 3 oktober 2017. De werknemer diende een voorwaardelijk tegenverzoek in voor het geval het ontbindingsverzoek zou worden toegewezen, met een vordering tot transitie- en billijke vergoeding. Tijdens de mondelinge behandeling op 7 november 2017 lichtten partijen hun standpunten toe. Na schikkingsonderhandelingen trok de werkgever het ontbindingsverzoek op 15 november 2017 in.
De werknemer maakte bezwaar tegen de intrekking en verzocht om het tegenverzoek zelfstandig te behandelen. Tevens verzocht zij om een verklaring van haar psycholoog in te mogen brengen, hetgeen werd toegestaan. Bij akte van 29 november 2017 wijzigde de werknemer haar eis en verzocht zij zelf om ontbinding van de arbeidsovereenkomst, een nieuw verzoek dat na de mondelinge behandeling werd ingediend.
De kantonrechter oordeelde dat dit nieuwe verzoek te laat (tardief) is ingediend en daarom buiten beschouwing wordt gelaten, omdat de essentie van de ontbindingsprocedure – de behandeling ter zitting – is gepasseerd. De werknemer dient een nieuwe procedure te starten indien zij ontbinding wenst. Omdat het oorspronkelijke verzoek was ingetrokken, werd de werkgever veroordeeld tot betaling van de proceskosten van de werknemer, vastgesteld op € 600,00.
Uitkomst: Het tegenverzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst is te laat ingediend en wordt buiten beschouwing gelaten; de werkgever wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten.