Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
de stichting Stichting Nijestee,
[eiser],
DE VERDERE PROCESGANG
OVERWEGINGEN
afgesproken dat door [eiser] een plan van aanpak zal worden opgesteld ter zake van het opruimen en schoonmaken van de woning. [eiser] heeft vervolgens een dergelijk plan opgesteld, waarvan Nijestee vindt, zo blijkt uit haar akte van 22 maart 2016, dat deze niet aan de afspraken voldoet. Niettemin heeft Nijestee in die akte aangegeven dat zij bereid is om [eiser] tot 1 mei 2016 de tijd te geven om de woning in goede staat te brengen. Bij brief van 5 april 2016 heeft Nijestee bericht dat deze termijn wat haar betreft kan worden verlengd tot 1 november 2016. De kantonrechter heeft partijen vervolgens laten weten dat zij zich op 6 december 2016 kunnen uitlaten over de door [eiser] gemaakte vorderingen ter zake van de opruimwerkzaamheden. Uit de uitlatingen van partijen op deze roldatum volgt dat zij erover van mening verschillen of [eiser] de woning voldoende heeft opgeruimd. Nijestee maakt tevens gewag van stank, ongedierte en een brandgevaarlijke situatie.
In de woning is in tegenstelling tot hetgeen bij eerdere bezoeken is vastgesteld de zgn. vuurlast afgenomen. De aanwezige kunststoffen (o.a. te denken aan het isolatiemateriaal van kabels dat nog in redelijke hoeveelheden aanwezig is), zullen hier deels wel een bijdrage aan leveren, maar het accent komt hier vooral te liggen op de kans van sterke rookontwikkeling. Een vergelijking met andere woningen laat zich lastig maken. Als voorbeeld drie bankstellen met een kunststof vulling zullen hetzelfde effect hebben. De brandweer zal en kan het alleen sterk afraden. In tegenstelling tot omringende landen zegt Nederlandse regelgeving niets over dit punt en laat het over aan de verantwoordelijkheid van bewoners zelf.
Bovenstaand punt zal minder spelen indien het brandrisico afneemt. Dit kan alleen door (mogelijke) ontstekingsbronnen weg te nemen of te verminderen. De gas en elektrische installatie zijn tot de meterkast in orde bevonden. De rest van de installatie alsmede aangesloten apparaten zijn voor verantwoording van de bewoner en dus niet beoordeeld. In de 'werkkamer' worden kabels waarmee rechtstreeks spanning wordt gehaald uit de wandcontactdoos. Dit is niet toegestaan en de bewoner zal dit weer in oorspronkelijk staat (laten) brengen. In de keuken zijn wel potentiele risico's verminderd. Rest dan alleen de wijze waarop wordt omgegaan met elektriciteit. Hoewel niet wordt getwijfeld aan de technische kennis van de bewoner, is de brandweer wel van mening dat de bewoner de zaken bagatelliseert en de 'show' om aan te tonen dat hem niets overkomt alleen dient om zijn argument kracht bij te zetten.
De hoeveelheid allerhande materiaal is afgenomen. Deels is dit buiten de woning gebracht en restanten zijn anders opgeslagen. De in de achterkamer verzamelde dozen moeten nog naar de berging(en) worden gebracht. Hiermee is voor bewoner een betere vluchtroute ontstaan. In samenhang met geplaatste rookmelders, kan de bewoner tijdig worden gewaarschuwd bij een begin van brand en zelfstandig ontvluchten.
Aansluitingen zoals deze zijn aangetroffen in de 'werkkamer' dienen te worden hersteld. Op een wandcontactdoos mogen alleen apparaten, stekkerdozen, etc. wordt aangesloten met een stekkerverbinding.
Al eerder is de opmerking gemaakt om meer overzicht te kunnen krijgen welke apparaten onder spanning staan en welke niet. Door de wirwar van draden, al dan niet onttrokken aan het zicht, blijft dit onduidelijk. (detail: bewoner noemt in het gesprek een soortgelijke situatie in de werkplaatsen van de NS, maar dan met signalering van een indicatielamp gevaarlijk). Haal niet gebruikte spullen weg uit de buurt van apparaten die wel zijn aangesloten of onder spanning kunnen worden gezet.
Uit de gesprekken bleek dat de bewoner voor veiligheid gaat en verbeteringen mogelijk ziet bij anderen. In dat geval zou hij de eigen situatie niet moeten bagatelliseren en zou daarbij het juiste voorbeeld moeten geven.
De in de achterkamer aanwezige dozen afvoeren naar de berging(en).