ECLI:NL:RBNNE:2018:2067
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Belastingrechtelijke beoordeling van saldo buitenlandse bankrekening en corresponderende schuld erfgenamen
Eiser verkreeg uit de erfenis van zijn oom een saldo op een buitenlandse bankrekening dat op zijn naam stond. In 2014 bleek dat niet eiser, maar drie algemeen nut beogende instellingen (ANBI's) erfgenaam waren. De rechtbank stelt vast dat het saldo op de rekening terecht tot de bezittingen van eiser is gerekend op grond van de tenaamstelling, maar dat daar tegenover een corresponderende schuld aan de erfgenamen staat.
De rechtbank overweegt dat de erfgenamen direct na het overlijden van de oom de bezitter werden van het saldo en dat eiser zich het saldo zonder recht heeft toegeëigend, waardoor de erfgenamen een in rechte opeisbare vordering op hem hebben. De hoogte van de schuld wordt gelijkgesteld aan het saldo op de waardepeildatum, aangezien eiser niet insolvent was.
Verweerder heeft een beroep gedaan op interne compensatie wegens vermeende beheersvergoedingen, maar de rechtbank acht dit niet aannemelijk. De rechtbank verklaart het beroep van eiser gegrond, vermindert de aanslag en belastingrente overeenkomstig en veroordeelt verweerder tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De aanslag wordt verminderd omdat het saldo op de buitenlandse bankrekening wordt toegerekend aan eiser met een corresponderende schuld aan de erfgenamen, waardoor geen belastbaar voordeel is genoten.