ECLI:NL:RBNNE:2018:1971

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
16 mei 2018
Publicatiedatum
28 mei 2018
Zaaknummer
18/656327-06
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 577c Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing vordering tot verlof tenuitvoerlegging lijfsdwang wegens niet-nakoming betalingsverplichting

In deze strafzaak heeft de officier van justitie een vordering ingediend tot het verlenen van verlof tot tenuitvoerlegging van lijfsdwang voor de duur van 120 dagen tegen de veroordeelde. De veroordeelde is bij vonnis van de politierechter verplicht tot betaling van een bedrag van € 17.381,12 aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.

De officier van justitie stelde dat de veroordeelde niet aan deze betalingsverplichting heeft voldaan en dat verhaal op zijn vermogen niet mogelijk bleek. De veroordeelde was, ondanks correcte oproeping, niet verschenen bij de terechtzitting. De rechtbank heeft de stukken en het strafdossier bestudeerd en vastgesteld dat de veroordeelde niet heeft betaald en niet aannemelijk is dat hij niet in staat is om te betalen.

Op grond hiervan heeft de rechtbank de vordering van de officier van justitie toegewezen en verlof verleend tot de tenuitvoerlegging van lijfsdwang voor 120 dagen. De beschikking is op 16 mei 2018 in het openbaar uitgesproken door de meervoudige kamer van de rechtbank Noord-Nederland.

Uitkomst: De rechtbank verleent verlof tot tenuitvoerlegging van lijfsdwang voor de duur van 120 dagen wegens niet-nakoming van betalingsverplichting.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht
Locatie Groningen
kenmerk : RK 18-262
parketnummer : 18/656327-06
beschikking van de meervoudige raadkamer d.d. 16 mei 2018 op de vordering van de officier van justitie, strekkende tot het verlenen van verlof tot tenuitvoerlegging lijfsdwang ex artikel 577c van het Wetboek van Strafvordering
in de zaak van

[veroordeelde],

geboren op [geboortedatum] 1969 te [geboorteplaats],
thans zonder bekende woon- of verblijfplaats,
hierna te noemen: veroordeelde.

Procesverloop

Bij vonnis d.d. 3 mei 2007 van de politierechter in de toenmalige Rechtbank Assen, thans Rechtbank Noord-Nederland, is veroordeelde de verplichting opgelegd tot betaling van een bedrag van € 17.381,12 aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
Bij vordering van 26 maart 2018 heeft de officier van justitie aangevoerd dat veroordeelde niet aan voornoemde betalingsverplichting heeft voldaan en dat volledig verhaal op het vermogen van veroordeelde niet mogelijk is gebleken, waarbij de officier van justitie bij de rechtbank een vordering heeft ingediend verlof te verlenen tot de tenuitvoerlegging van lijfsdwang voor de duur van 120 dagen.
De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering tot tenuitvoerlegging van lijfsdwang alsmede van het strafdossier met het hierboven genoemde parketnummer.
De officier van justitie, mr. M. Kappeyne van de Coppello, is gehoord ter openbare terechtzitting van 16 mei 2018. Veroordeelde is, hoewel op de juiste wijze opgeroepen, niet verschenen.

Motivering

De officier van justitie heeft ter zitting gepersisteerd bij zijn vordering strekkende tot het verlenen van verlof tot tenuitvoerlegging van lijfsdwang voor de duur van 120 dagen.
De rechtbank stelt op grond van de stukken vast dat veroordeelde niet aan zijn betalings-verplichting heeft voldaan en dat volledig verhaal op het vermogen van veroordeelde niet mogelijk is gebleken. Niet aannemelijk is geworden dat veroordeelde buiten staat is om aan zijn betalingsverplichting te voldoen.
De rechtbank zal op grond van bovenstaande de vordering van de officier van justitie toewijzen.
Beslissing
De rechtbank wijst de vordering tot verlening van verlof tot tenuitvoerlegging van lijfsdwang voor de duur van 120 dagen toe.
Deze beschikking is gegeven door mr. R.B.M. Keurentjes, voorzitter, mr. L.W. Janssen en mr. P.H.M. Tapper-Wessels, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.W. Jeuring als griffier en in het openbaar uitgesproken op 16 mei 2018.