ECLI:NL:RBNNE:2018:1795
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- P.H.M. Smeets
- M. Haisma
- M.S. van den Berg
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens gebrek aan overtuigend bewijs van verkrachting
Op 9 mei 2018 heeft de rechtbank Noord-Nederland uitspraak gedaan in een zaak waarin verdachte werd verdacht van verkrachting op of omstreeks 14 juni 2016 te Hoogezand. De tenlastelegging betrof onder meer het kapot trekken van de onderbroek van het slachtoffer, het gespreid houden van haar benen, het richten van de penis naar haar vagina en mond, en het binnendringen met een vinger, onder dwang of bedreiging.
De officier van justitie vorderde vrijspraak omdat het bewijs onvoldoende overtuigend was. De verdediging stelde dat, als er al iets had plaatsgevonden, dit met instemming van het slachtoffer was gebeurd. De rechtbank oordeelde dat het bewijs niet wettig en overtuigend was, mede omdat de verklaring van het slachtoffer onvoldoende werd ondersteund door ander bewijsmateriaal en getuigenverklaringen vooral gebaseerd waren op wat zij van het slachtoffer hadden gehoord.
De rechtbank verklaarde verdachte vrij van de tenlastelegging en wees de schadevordering van het slachtoffer af wegens het ontbreken van bewezen feiten die schade zouden rechtvaardigen. Beide partijen dragen hun eigen proceskosten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs van verkrachting.