Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.De procedure
- de akte verbetering van de man
- de conclusie van antwoord in reconventie van de vrouw,
- de conclusie na comparitie van partijen van de vrouw,
- de conclusie na comparitie van de man.
2.De feiten
3.Het geschil en de beoordeling
- inbreng verkoopopbrengst auto € 4.000,--
- inbreng pensioen € 2.413,58
- betaalde zakelijke lasten € 272,05
- overige investeringen € 27.611,16
- niet is gebleken dat de vrouw de kosten van de huishouding gedurende de samenleving in een geordende administratie heeft bijgehouden, integendeel: zij heeft de wederzijdse bijdragen en het totaal van de huishoudkosten achteraf gereconstrueerd,
- niet is gebleken dat de vrouw gedurende de samenleving ooit enig protest heeft geuit tegen de hoogte van de bijdrage van de man aan de kosten van de huishouding,
kosten van de huishoudingheeft overwogen. Dat de man een deel van de huishoudelijke kosten, namelijk de premies, in het geheel heeft voldaan is naar het oordeel van de rechtbank geen reden dat hij recht zou kunnen doen gelden op de gehele verzekeringsuitkering. De rechtbank is van oordeel dat uit artikel 3:172 BW Pro volgt dat de vrouw voor de helft gerechtigd is tot deze schadevergoeding. De rechtbank zal het bedrag van € 1.150,-- betrekken bij de afrekening uit hoofde van artikel 6A van de samenlevingsovereenkomst.
- inbreng € 15.000,--
- tuinhuisje € 1.150,--
- taxatie tuinhuisje
- aan de man komt toe: € 40.000,-- / € 56.250,-- x € 54.836,62 = € 38.994,93
- aan de vrouw komt toe: € 16.250,-- / € 56.250,-- x € 54.836,62 = € 15.841,69