ECLI:NL:RBNNE:2018:1233

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
12 februari 2018
Publicatiedatum
6 april 2018
Zaaknummer
C/18/180405 / PR RK 17-394
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:268 BWArt. 525 lid 3 RvArt. 544 RvArt. 3:89 BWArt. 430 Rv
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Goedkeuring onderhandse verkoop en ontruiming woning na executoriale verkoop

De bank heeft een hypothecaire geldleningsovereenkomst met de hypotheekgever gesloten en beschikt over een recht van eerste hypotheek op een woning. Na verzuim van de hypotheekgever heeft de bank executoriaal beslag gelegd en de woning ter verkoop aangeboden. De bank verzoekt de rechtbank om goedkeuring van een onderhandse verkoop aan een koper en om een ontruimingsbevel jegens de hypotheekgever.

De hypotheekgever betwist primair de rechtsopvolging van de bank en subsidiair het tijdstip van ontruiming. De rechtbank oordeelt dat de bank rechtsopvolger is van de oorspronkelijke hypotheekhouder en dat de onderhandse verkoop kan worden goedgekeurd. De rechtbank stelt dat de beschikking tot goedkeuring van de onderhandse verkoop gelijkstaat aan een proces-verbaal als bedoeld in artikel 525 lid 3 Rv Pro, waardoor de hypotheekgever tot ontruiming wordt genoodzaakt.

De hypotheekgever had verzocht om een ontruimingstermijn van drie maanden na inschrijving, maar de rechtbank wijst dit af vanwege het belang van de koper bij spoedige ontruiming en het feit dat de hypotheekgever voldoende tijd had om alternatieve woonruimte te zoeken. De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De rechtbank keurt de onderhandse verkoop goed en bepaalt dat de hypotheekgever tot ontruiming is genoodzaakt vanaf levering, met afwijzing van het verzoek tot uitstel.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling privaatrecht
Locatie Groningen
zaaknummer / rekestnummer: C/18/180405 / PR RK 17-394
Beschikking van 12 februari 2018
in de zaak van
naamloze vennootschap
ING BANK N.V.,
gevestigd te Amsterdam,
verzoekster in het verzoek,
verweerder in het tegenverzoek,
hierna te noemen 'de bank',
advocaat mr. C.C.M. Ewalds te Rosmalen,
tegen
[naam],
wonende te [woonplaats] ,
verweerder in het verzoek,
verzoeker in het tegenverzoek,
hierna te noemen ' [A] ',
advocaat mr. J. Doornbos te Groningen,

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • een verzoekschrift, met producties, ingekomen op 15 november 2017,
  • een herziene versie van het verzoekschrift, ingekomen op 24 november 2017,
- de mondelinge behandeling, gehouden op 22 januari 2018, waar zijn verschenen:
namens verzoekster mr. C.C.M. Ewalds, de heer [A] , bijgestaan door mr. J. Doornbos en de heer [B] (de koper). Hefpunt (de beslaglegger) is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen. Namens [A] zijn bij de mondelinge behandeling schriftelijke aantekeningen overgelegd, tevens inhoudend een zelfstandig verzoek.
1.2.
De beschikking is nader bepaald op heden.

2.De feiten

2.1.
De bank heeft een overeenkomst van hypothecaire geldlening gesloten met de hypotheekgever. Bij notariële akte van 10 december 2010 is door [A] ten gunste van de bank het recht van eerste hypotheek verleend op het registergoed: de vrijstaande ééngezinswoning met twee bergingen, erf, tuin en ondergrond, plaatselijk bekend [adres] te [plaats] , hierna te noemen de woning.
2.2.
Hefpunt heeft executoriaal beslag gelegd op de woning.
2.3.
[A] is in verzuim met de voldoening van hetgeen waarvoor de hypotheek tot waarborg strekt.
2.4.
Op 14 juli 2017 heeft de bank bij exploot de executieverkoop aangezegd aan [A] . Per exploot van 14 augustus 2017 is een nieuwe veilingdatum bekend gemaakt, te weten 22 november 2017.
2.5.
De bank heeft de woning twee keer laten taxeren door verschillende taxateurs. Pandomo Makelaars heeft de executiewaarde op 18 oktober 2017 vastgesteld op € 170.000,- in onverhuurde staat en op € 125.000,- in verhuurde staat. Noorderborg Makelaars heeft de executiewaarde op 27 september vastgesteld op € 162.000,- in onverhuurde staat en op
€ 93.000,- in verhuurde staat.
2.6.
De bank heeft per 14 november 2017 op grond van een geldleningsovereenkomst een bedrag van € 292.205,18 te vorderen van [A] , te vermeerderen met gemaakte en nog te maken kosten en rente nadien.
2.7.
De notaris heeft een tweetal biedingen ontvangen, te weten een bod van
€ 160.000,- en een bod van € 206.000,- (door [B] ).
2.8.
De bank heeft het bod van [B] aanvaard. De geplande datum van levering is
1 maart 2018. In de koopovereenkomst is dat de leveringsdatum binnen 4 weken na de datum van de onvoorwaardelijke rechterlijke goedkeuring zal zijn.

3.Het verzoek

3.1.
De bank heeft verzocht om bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad,
de door de bank aan de voorzieningenrechter voorgelegde koopovereenkomst goed te keuren en te bepalen dat de verkoop van het onderpand onderhands zal geschieden bij deze koopovereenkomst;
primair voor recht te verklaren althans te overwegen dat de hypotheekgever en de zijnen op grond van de in dezen te wijzen beschikking tot ontruiming worden genoodzaakt als bedoeld in artikel 525 lid 3 Rv Pro;
subsidiair de hypotheekgever te veroordelen het onderpand te ontruimen en met al de zijnen en het zijne te verlaten en met afgifte van de sleutels ter vrije beschikking te stellen aan verzoekster, althans de koper, op het moment van inschrijving als bedoeld in artikel 3:89 BW Pro, alsmede te bepalen dat de rechten uit de in dezen te wijzen beschikking op dit punt overgaan op de koper.

4.Het verweer en het tegenerzoek

4.1.
Primair is [A] van mening dat verzoekster niet-ontvankelijk verklaard moet worden in haar verzoeken, omdat (bij gebrek aan wetenschap daaromtrent) wordt betwist dat ING Bank N.V. WestlandUtrecht Hypotheekbank N.V. onder algemene titel heeft opgevolgd.
4.2.
Subsidiair moeten de verzoeken worden afgewezen, dan wel moet bij toewijzing worden bepaald dat [A] niet verplicht is de woning binnen 3 maanden na inschrijving als bedoeld in artikel 3:89 BW Pro te ontruimen.

5.De beoordeling

5.1.
Het verzoekschrift strekt tot het verkrijgen van verlof als bedoeld in art. 3:268 lid 2 BW Pro, om de genoemde onroerende zaak onderhands te verkopen volgens de bij het verzoek gevoegde koopovereenkomst. Tevens strekt het verzoekschrift en het tegenverzoek tot een beslissing over de ontruiming. Het verzoek en het tegenverzoek zullen gezamenlijk worden besproken.
5.2.
De voorzieningenrechter gaat voorbij aan het verweer van [A] , dat de bank niet de rechtsopvolger is van de hypotheekhouder en daarom niet-ontvankelijk verklaard moet worden. In de hypotheekakte is opgenomen dat ten behoeve van 'WestlandUtrecht Bank N.V.' een recht van hypotheek wordt verleend. In het kadastraal bericht van 10 november 2017 (productie 3 bij het verzoekschrift) is opgenomen dat na fusie ING Bank N.V. de hypotheekhouder is. In het kadastraal bericht staat vermeld onder welk nummer in het kadaster de fusie (akte) geregistreerd is. Gesteld noch gebleken is dat uit die akte niet zou blijken dat ING Bank NV thans als hypotheekhouder kan worden aangemerkt. De voorzieningenrechter komt dan ook toe aan een inhoudelijke beoordeling van het verzoek tot goedkeuring van de onderhandse koopovereenkomst.
5.3.
Hefpunt heeft, daartoe aangeschreven op de wijze als bedoeld in artikel 544 Burgerlijke Pro Rechtsvordering (Rv), geen bezwaar geuit tegen de goedkeuring van de koopovereenkomst.
5.4.
Het is de voorzieningenrechter niet gebleken dat er hogere biedingen zijn geweest.
5.5.
Het verzoek tot onderhandse verkoop is, gelet op het voorgaande, toewijsbaar.
5.6.
De overige verzoeken zien op de ontruiming van de woning. De voorzieningenrechter overweegt over de verzoeken van de bank het volgende. De onderhandse verkoop vindt plaats in het kader van de tenuitvoerlegging van een executoriale titel.
De tenuitvoerlegging brengt mee dat na de eigendomsoverdracht de geëxecuteerde (in dit geval [A] ) tot ontruiming kan worden genoodzaakt, want vanaf dat moment verblijft deze daar zonder recht of titel. Hetzelfde geldt voor anderen die zich zonder recht of titel in de verkochte zaak bevinden en als zodanig niet bekend waren aan de koper.
Bij een onderhandse verkoop noodzaakt de beschikking van de voorzieningenrechter, waarin wordt bepaald dat de verkoop onderhands zal geschieden en waarbij goedkeuring wordt verleend aan de koopovereenkomst, tot ontruiming. De voorzieningenrechter is daarom van oordeel dat deze beschikking op één lijn moet worden gesteld met het proces-verbaal, zoals bedoeld in artikel 525 lid 3 Rv Pro (zie ook Asser/Van Mierlo & Van Velten 3-VI 2010, 392 en 419). Voor een verklaring voor recht ziet de voorzieningenrechter in deze verzoekschriftprocedure geen plaats. Het subsidiaire verzoek van de bank hoeft, gelet op de vorige overwegingen, geen bespreking meer.
5.7.
De voorzieningenrechter overweegt met betrekking tot het verzoek van [A] , om de ontruimingstermijn te bepalen op drie maanden na inschrijving als bedoeld in
3:89 BW, het volgende. In beginsel is [A] , zoals hiervoor is overwogen, genoodzaakt tot ontruiming vanaf het moment van levering van de woning en verblijft hij vanaf dat moment zonder recht of titel in de woning. Ingevolge artikel 430 Rv Pro en de artikelen 555 Rv (en volgende) geldt evenwel dat de ontruiming op basis van een executoriale titel niet kan plaatsvinden zonder voorafgaande betekening en een bevel tot ontruiming.
De voorzieningenrechter overweegt dat de belangen van [A] bij een ontruiming per datum inschrijving niet onevenredig worden geschaad in verhouding tot de belangen van [B] . [A] is immers al geruime tijd op de hoogte van de op handen zijnde verkoop en levering van de woning en was daardoor in de gelegenheid andere woonruimte te zoeken. Hij heeft geen bijzondere feiten of omstandigheden aangevoerd die kunnen leiden tot de conclusie dat sprake is van een noodtoestand aan zijn zijde, indien de ontruiming niet op een latere datum zou worden gesteld. Bovendien heeft [B] ter zitting verklaard dat hij per
1 maart 2018 uit zijn eigen woning moet vertrekken en dus een groot belang heeft bij een spoedige ontruiming. Gelet hierop zal de voorzieningenrechter het tegenverzoek van [A] afwijzen.

6.De beslissing

De voorzieningenrechter
in het verzoek
6.1.
bepaalt dat de verkoop van het woonhuis met twee bergingen, erf, tuin en ondergrond, plaatselijk bekend [adres] te [plaats] , kadastraal bekend gemeente [plaats] , sectie [letter] nummer 424, groot 3 are 43 en centiare, onderhands zal geschieden overeenkomstig de hierbij goedgekeurde koopovereenkomst waarvan een afschrift aan deze beschikking is gehecht;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
6.3.
wijst af het meer of anders verzochte;
in het tegenverzoek
6.4.
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. L.T. de Jonge en in het openbaar uitgesproken op 12 februari 2018. [1]

Voetnoten

1.type: 487