De Rechtbank Noord-Nederland heeft op 22 maart 2018 uitspraak gedaan in de zaak tegen een jeugdige verdachte geboren in 2000, die werd verdacht van meerdere geweldsdelicten gepleegd in Veendam in 2017. De tenlastelegging betrof mishandeling van drie slachtoffers en openlijke geweldpleging in vereniging tegen een persoon en vernieling van autoportieren.
Na beoordeling van het bewijs, waaronder verklaringen van slachtoffers en getuigen, bekende verdachte de mishandelingen en openlijke geweldpleging, maar ontkende betrokkenheid bij de vernieling van autoportieren. De rechtbank achtte de vernieling niet wettig en overtuigend bewezen en sprak verdachte daarvan vrij.
De rechtbank veroordeelde verdachte tot 200 dagen jeugddetentie, waarvan 100 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, inclusief bijzondere voorwaarden zoals toezicht door de jeugdreclassering en behandeling bij Xperanza. Tevens werd de tenuitvoerlegging gelast van een eerder opgelegde voorwaardelijke werkstraf wegens eerdere veroordelingen.
De strafmotivering betrof de ernst van de feiten, het recidiverisico en het advies van deskundigen over de verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte wegens een normoverschrijdend-gedragsstoornis met beperkte prosociale emoties. De rechtbank achtte behandeling en begeleiding noodzakelijk om herhaling te voorkomen.