ECLI:NL:RBNNE:2017:685
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- J.J. Schoemaker
- A. Fokkema
- J.V. Nolta
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs bij verwonding door vuurwerk
Op 31 december 2013 werd het slachtoffer ernstig lichamelijk letsel toegebracht door het gooien van zwaar vuurwerk, een vlinderbom. Verdachte werd ervan verdacht dit vuurwerk te hebben gegooid, wat leidde tot een oogbolruptuur en blijvend gezichtsverlies.
Tijdens de terechtzitting op 6 februari 2017 heeft het openbaar ministerie geconcludeerd dat er onvoldoende bewijs is om verdachte te verbinden aan het feit. Ook de verdediging stelde dat niet overtuigend is vastgesteld dat verdachte het vuurwerk heeft gegooid.
De rechtbank oordeelde dat uit het dossier en de verklaringen niet met de vereiste zekerheid kan worden vastgesteld wie verantwoordelijk is voor het gooien van het vuurwerk. Een alternatief scenario waarbij een ander de dader is, kon niet worden uitgesloten. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten.
De benadeelde partij had zich als partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding, maar de rechtbank verklaarde deze vordering niet-ontvankelijk omdat het feit niet bewezen is. De benadeelde kan de schadevordering alleen bij de burgerlijke rechter aanbrengen.
De rechtbank bepaalde dat zowel de benadeelde partij als verdachte de eigen proceskosten dragen. Het vonnis werd uitgesproken op 20 februari 2017 door de meervoudige kamer van de rechtbank Noord-Nederland.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs dat hij het vuurwerk heeft gegooid.