Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[verdachte] ,
Tenlastelegging
Beoordeling van het bewijs
Bewezenverklaring
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
afpersing
poging tot afpersing
Rechtbank Noord-Nederland
Op 3 november 2016 heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan afpersing en poging tot afpersing door onder bedreiging met een schietwapen twee slachtoffers te dwingen geld te pinnen en af te geven. De rechtbank achtte de tenlastelegging bewezen op basis van de bekennende verklaring van verdachte en de aangiften van de slachtoffers.
De rechtbank heeft rekening gehouden met de ernst van het delict, de maatschappelijke onrust die het veroorzaakte en het feit dat verdachte eerder voor soortgelijke feiten was veroordeeld. Ondanks de ernst van het feit, oordeelde de rechtbank dat verdachte zijn gedrag inzag en positief meewerkt aan reclassering, waardoor een combinatie van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf en een voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden passend werd geacht.
De opgelegde straf bestaat uit 180 dagen gevangenisstraf waarvan 146 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar, en een taakstraf van 180 uur. Daarnaast zijn bijzondere voorwaarden opgelegd, waaronder meldplicht bij de reclassering, ambulante behandeling en een locatiegebod met elektronisch toezicht. Vordering tot tenuitvoerlegging van eerdere voorwaardelijke straffen werd deels afgewezen en deels werd de proeftijd verlengd.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 180 dagen gevangenisstraf waarvan 146 dagen voorwaardelijk en 180 uur taakstraf wegens afpersing en poging tot afpersing.