ECLI:NL:RBNNE:2017:625
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Politierechter verklaart openbaar ministerie niet-ontvankelijk in ontnemingsvordering na strafbeschikking
Het openbaar ministerie diende een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel in nadat tegen de bestrafte een strafbeschikking was uitgevaardigd. De politierechter moest beoordelen of het OM ontvankelijk was in deze vordering, aangezien de bestrafte niet door een rechter was veroordeeld maar een strafbeschikking had ontvangen.
De politierechter oordeelde dat de wet vereist dat voor ontneming sprake moet zijn van een veroordeling door een rechterlijke beslissing. Een strafbeschikking wordt niet gelijkgesteld aan een veroordeling door een rechter, zoals ook blijkt uit de wetsartikelen en de wetsgeschiedenis. Tevens is het systeem zo ingericht dat ontnemingsvorderingen kunnen worden opgenomen in strafbeschikkingen, wat in deze zaak niet was gebeurd.
Daarom verklaarde de politierechter het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. De uitspraak benadrukt het belang van de juridische definitie van veroordeling en de procedurele vereisten voor ontnemingsvorderingen.
Uitkomst: Het openbaar ministerie is niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel omdat de bestrafte niet door een rechter is veroordeeld.