Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
vonnis van de kantonrechter van 10 oktober 2017
[eiser 1], wonende te [woonplaats] ,
[eiser 2] , in haar hoedanigheid van wettelijke vertegenwoordiger van haar minderjarige dochter [C.E.]
Rechtbank Noord-Nederland
De nalatenschap van wijlen erflater is beneficiair aanvaard door zijn twee erfgenamen, die onder testamentair bewind staan van hun oom als bewindvoerder. De erfgenamen zijn inmiddels meerderjarig, maar de nalatenschap is nog niet vereffend, waardoor nog niet duidelijk is welke goederen onder het bewind vallen.
Eiser vordert dat de bewindvoerder volledig rekenschap geeft van zijn beheer en schadevergoeding betaalt wegens vermeende onttrekkingen. De bewindvoerder betwist dit en stelt dat zijn taak pas begint na vereffening en verdeling van de nalatenschap.
De rechtbank oordeelt dat de bewindvoerder zijn taken feitelijk pas kan uitvoeren na afwikkeling van de nalatenschap en dat er daarom geen rekening en verantwoording kan worden gevorderd. Ook is de schadestaatprocedure onvoldoende onderbouwd en wordt afgewezen.
De rechtbank wijst de vordering af en veroordeelt eiser in de proceskosten. De erfgenamen kunnen zelf later rekening en verantwoording vragen zodra de bewindvoerder zijn taken kan aanvaarden.
Uitkomst: De vordering tot rekening en verantwoording van de bewindvoerder wordt afgewezen omdat de nalatenschap nog niet is vereffend.