ECLI:NL:RBNNE:2017:5084

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
4 december 2017
Publicatiedatum
9 januari 2018
Zaaknummer
18/730496-16
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Nietig
Procedures
  • Verstek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Nietigverklaring dagvaarding wegens ontbreken betekening aan verdachte

In deze strafzaak was verdachte ten laste gelegd dat zij tussen november 2015 en april 2016 te Sneek behulpzaam zou zijn geweest bij het zich verschaffen van verblijf in Nederland aan een ander, te weten het slachtoffer, terwijl zij wist of ernstige redenen had te vermoeden dat het verblijf wederrechtelijk was.

Bij de stukken ontbrak een akte van uitreiking waaruit bleek dat de dagvaarding op de wettelijk voorgeschreven wijze aan verdachte was betekend. Verdachte was niet verschenen op de terechtzitting, en hoewel een raadsman was aangesteld, was deze niet ter zitting verschenen en had ook geen klacht ingediend over het betekeningsverzuim.

De rechtbank oordeelde dat de nietigheid van de dagvaarding niet kon worden gedekt door het ontbreken van een verschenen raadsman die niet klaagt over het verzuim. Daarom werd de dagvaarding nietig verklaard. Dit betekent dat de procedure tegen verdachte niet rechtsgeldig kon worden voortgezet.

Uitkomst: De dagvaarding is nietig verklaard wegens het ontbreken van een geldige betekening aan verdachte en het niet verschijnen van verdachte of een ter zitting verschenen raadsman.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht
Locatie Groningen
parketnummer 18/730496-16
Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 4 december 2017 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1962 te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats] , [straatnaam] .
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van
4 december 2017.
Verdachte is niet verschenen. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. M. Kappeijne van de Coppello.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
zij in of omstreeks de periode van 1 november 2015 tot en met 1 april 2016 te Sneek, gemeente Súdwest-Fryslân, althans in Nederland, een ander of anderen, te weten [slachtoffer] , uit winstbejag behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van verblijf in Nederland
of haar daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft,
-door die [slachtoffer] te laten verblijven in haar massagesalon [bedrijf] te Sneek en/of
-door die [slachtoffer] daar massages te laten verrichten en/of
-door leefgeld aan die [slachtoffer] te geven, althans die [slachtoffer] te betalen en/of door goederen voor die [slachtoffer] te kopen, terwijl zij, verdachte, wist of ernstige redenen had te vermoeden dat dat verblijf wederrechtelijk was.

Geldigheid van de dagvaarding

Bij de stukken bevindt zich geen akte van uitreiking waaruit blijkt dat de dagvaarding op de bij de wet voorgeschreven wijze aan verdachte is betekend. Nu verdachte niet is verschenen dient de dagvaarding nietig te worden verklaard. De omstandigheid dat zich een raadsman in de zaak heeft gesteld die blijkens een brief van 30 november 2017 op de hoogte van de zitting is, maakt dit niet anders. De nietigheid kan alleen worden gedekt door het verschijnen van de verdachte ter terechtzitting dan wel door een ter terechtzitting verschenen raadsman van een niet verschenen verdachte die niet heeft geklaagd over een betekeningsverzuim [1] .

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart de dagvaarding nietig.
Dit vonnis is gewezen door mr. O.J. Bosker, voorzitter, mr. J.V. Nolta en mr. M.B. de Wit, rechters, bijgestaan door W. Brandsma, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 4 december 2017.
Mr. De Wit is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Voetnoten

1.Hoge Raad 12 maart 2002, NJ 2002/317; Hoge Raad 29 maart 2011, LJN BO4064.