De belanghebbenden zijn bij brief van 21 september 2017 opgeroepen voor de behandeling ter zitting op 17 oktober 2017. Die brief meldt dat de zaak - uitzonderingen voorbehouden - zal worden behandeld door mr. T.M.L. Veen.
Op 3 oktober 2017 is door de gemachtigde van moeder een wrakingsverzoek ingediend gericht op mr. T.M.L. Veen. De gemachtigde van moeder had in eerste instantie van een griffiemedewerker vernomen dat hij het dossier niet mocht inzien omdat hij geen advocaat is. Bij beschikking van 13 oktober 2017 is dit wrakingsverzoek van moeder door de wrakingskamer niet-ontvankelijk verklaard.
Op 16 oktober 2017 is door de heer Zijlstra opnieuw een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. T.M.L. Veen. Ditmaal omdat een verzoek de zitting van 17 oktober 2017 aan te houden omdat hij de stukken op 18 oktober wilde komen inzien is afgewezen. Bij brief van 17 oktober 2017 is medegedeeld dat de wrakingskamer dit verzoek zal behandelen op 24 oktober 2017.
Bij brief van 17 oktober 2017 zijn de belanghebbenden opgeroepen voor een behandeling ter zitting van het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling op 30 oktober 2017. Daarbij is tevens medegedeeld dat de zaak - uitzonderingen voorbehouden - behandeld zal worden door mr. W.P. Claus.
Bij brieven van 20 oktober 2017 heeft de heer Zijlstra twee afzonderlijke wrakingsverzoeken ingediend. Die verzoeken zijn blijkens de faxregel beiden om 17.01 uur verzonden.
In het eerste verzoek wordt mr. W.P. Claus gewraakt met name omdat de zaak opnieuw op een zitting was gepland terwijl in de optiek van de heer Zijlstra de stukken niet volledig zijn en omdat de zaak opnieuw was gepland bij een andere rechter terwijl het tweede wrakingsverzoek tegen mr. T.M.L. Veen nog niet was behandeld door de wrakingskamer.
In het tweede wrakingsverzoek van die datum wordt de wrakingskamer die zich op 24 oktober 2017 over het wrakingsverzoek gericht op mr. Veen zou buigen gewraakt. Ook hier wordt aangevoerd dat sprake is van partijdigheid omdat de behandeling van het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling opnieuw was gepland met een andere behandelende rechter.
Aan alle belanghebbenden is op 27 oktober 2017 telefonisch medegedeeld dat de behandeling ter zitting op 30 oktober 2017 in verband met het tegen mr. W.P. Claus gerichte wrakingsverzoek geen doorgang zou vinden.
Bij beschikking van 8 november 2017 heeft de wrakingskamer uitspraak gedaan op het tegen de - anders samengestelde - wrakingskamer. De wrakingskamer heeft de heer Zijlstra niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot wraking van de wrakingskamer. Daarnaast is de wrakingskamer van oordeel dat de heer Zijlstra misbruikt maakt van het wrakingsinstrument als bedoeld in art. 10.1 van het Wrakingsprotocol van de Rechtbank Noord-Nederland teneinde te voortgang van de bodemzaak te belemmeren. De wrakingskamer heeft bepaald dat een volgend wrakingsverzoek van de heer Zijlstra in deze procedure met nummer 19/120359 JE RK 17/397 alsmede in de procedures met nummers 19/120083/JE RK 17/355 en 19/120107/JE RK 17/360 niet meer in behandeling zal worden genomen.