Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
in de zaken van
M, hierna te noemen de moeder,
A, geboren op …. 2008 te …., hierna te noemen A,
V, hierna te noemen de vader,
Het procesverloop
De feiten
De verzoeken
De beoordeling:
Arnhem-Leeuwarden
Rechtbank Noord-Nederland
De rechtbank Noord-Nederland behandelde meerdere verzoeken van moeder met betrekking tot de ondertoezichtstelling van haar kinderen A en B. Moeder verzocht onder meer om opheffing van de ondertoezichtstelling, vervallenverklaring van schriftelijke aanwijzingen van de gecertificeerde instelling (GI) en vervanging van deze GI. De verzoeken werden ingediend in de periode augustus tot oktober 2017.
De rechtbank oordeelde dat de verzoeken tot opheffing van de ondertoezichtstelling niet ontvankelijk waren dan wel ongegrond, omdat de feitelijke situatie niet overeenkomt met de door moeder geschetste eenoudergezinssituatie en de kinderen nog steeds contact hebben met vader. Daarnaast werden reeds eerder beoordeelde argumenten herhaald zonder nieuwe feiten of omstandigheden.
Het verzoek tot vervallenverklaring van een schriftelijke aanwijzing van 18 juli 2017 werd niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening, terwijl het verzoek gericht op een mail van 18 oktober 2017 niet kwalificeerde als schriftelijke aanwijzing. Het verzoek tot vervanging van de GI werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing en omdat de huidige GI was aangesteld na het falen van de vorige GI.
De rechtbank behandelde de verzoeken zonder zitting en wees deze af. Moeder werd gewezen op de mogelijkheid van hoger beroep binnen drie maanden na uitspraak, via een advocaat bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Alle verzoeken van moeder tot opheffing ondertoezichtstelling, vervallenverklaring schriftelijke aanwijzingen en vervanging GI zijn afgewezen.