Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[verdachte] ,
Tenlastelegging
Beoordeling van het bewijs
Bewezenverklaring
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Strafbaarheid van verdachte
Strafmotivering
Benadeelde partij
1. Feit 1:
[slachtoffer 1], tot een bedrag van € 7.677,45, bestaande uit € 1.177,45
[slachtoffer 3], tot een bedrag van € 700,00 immateriële schade,
3. Ad informandum gevoegde feit 1:
[slachtoffer 7], voor een nog onbekend bedrag;
[slachtoffer 3], namens [slachtoffer 6] (geboren op [geboortedatum] 2005) tot een bedrag van € 295,56, bestaande uit € 146,56 materiële schade en € 150,00 immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum dat de schade is ontstaan.
1. Vordering van [slachtoffer 1]
2. Vordering van [slachtoffer 3]
3. Vordering [slachtoffer 7]
4. Vordering [slachtoffer 3] , namens [slachtoffer 6]
Toepassing van wetsartikelen
Uitspraak
De rechtbank
een taakstraf voor de duur van 240 uren.
een gevangenisstraf voor de duur van 8 (acht) maanden.
[slachtoffer 1]toe tot na te melden bedrag en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 1.921,51 (zegge: duizendnegenhonderdeneenentwintig euro en eenenvijftig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 10 maart 2015.
[slachtoffer 3]toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 700,00 (zegge: zevenhonderd euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 oktober 2016.
[slachtoffer 7]in zijn vordering niet-ontvankelijk is.
[slachtoffer 3] , namens [slachtoffer 6]toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 295,56 (zegge: tweehonderdvijfennegentig euro en zesenvijftig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 oktober 2016.