ECLI:NL:RBNNE:2017:4445
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Veroordeling medeplegen telen en aanwezig hebben hennepplanten
Verdachte werd beschuldigd van het medeplegen van het telen van ongeveer 287 hennepmoederplanten en het aanwezig hebben van een groot aantal hennepstekken in een pand te Lemmer in de periode van november 2013 tot maart 2014. De rechtbank oordeelde dat verdachte samen met anderen bewust en nauw betrokken was bij de hennepkwekerij, mede doordat hij de moederplanten verzorgde en over een sleutel van het pand beschikte.
De bewijslast bestond uit verklaringen van betrokkenen, proces-verbalen van bevindingen en verhoren, en vond steun in de feitelijke aanwezigheid van verdachte en medeverdachten in het pand tijdens het politieonderzoek. De verdediging stelde dat verdachte slechts medeplichtig was aan het telen van moederplanten en niet aan de hennepstekken, maar de rechtbank verwierp dit en achtte medeplegen van beide bewezen.
De rechtbank hield rekening met de ernst van het feit, de schadelijkheid van hennepteelt voor de samenleving, het tijdsverloop sinds het plegen van het feit, en het reclasseringsadvies dat recidivekans laag achtte. Op basis van landelijke richtlijnen voor hennepteelt werd een taakstraf van 100 uur passend geacht, met een vervangende hechtenis van 50 dagen bij niet-naleving.
Verdachte werd vrijgesproken van overige tenlasteleggingen die niet bewezen konden worden. De straf werd opgelegd zonder voorwaardelijk deel, mede gezien het advies van de reclassering en de omstandigheden van het geval.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een taakstraf van 100 uur met een vervangende hechtenis van 50 dagen.