ECLI:NL:RBNNE:2017:4250
Rechtbank Noord-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen sluiting woning wegens aantreffen drugs
Op 31 juli 2017 heeft de burgemeester van Emmen besloten om een woning te sluiten voor drie maanden op grond van artikel 13b van de Opiumwet, nadat er verschillende soorten drugs in grotere hoeveelheden dan voor persoonlijk gebruik waren aangetroffen. Verzoeker, een kraker van de woning, maakte bezwaar tegen deze sluiting en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
Tijdens de zitting op 16 augustus 2017 verscheen verzoeker met een getuige, terwijl de burgemeester werd vertegenwoordigd door gemachtigden. De voorzieningenrechter deed direct na de zitting mondeling uitspraak en wees het verzoek af.
De voorzieningenrechter stelde vast dat de burgemeester bevoegd was de woning te sluiten op grond van artikel 13, eerste lid, van de Opiumwet vanwege de aangetroffen drugs. Hoewel niet duidelijk was of verzoeker woonrecht had, is volgens de hoogste bestuursrechter dit woonrecht een relatief recht waarop uitzonderingen mogelijk zijn, zoals sluiting wegens drugs. Het beleid van de burgemeester om woningen in dergelijke situaties te sluiten is redelijk bevonden.
Er was geen sprake van een schrijnend geval dat een uitzondering zou rechtvaardigen. De woning moet uiterlijk op 23 augustus 2017 om 18.00 uur gesloten zijn en vervolgens drie maanden gesloten blijven. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening tegen sluiting woning wegens drugs wordt afgewezen en sluiting blijft voor drie maanden gehandhaafd.