Verzoekers dienden op 10 maart 2017 een wrakingsverzoek in tegen kantonrechter Huizing in een lopende kantonzakenprocedure. Dit verzoek werd op 10 april 2017 niet-ontvankelijk verklaard. Vervolgens dienden verzoekers op 12 april 2017 een herhaald wrakingsverzoek in, wederom gericht tegen dezelfde kantonrechter en op dezelfde gronden.
De rechtbank overwoog dat het eerste schrijven van 10 maart 2017 terecht als een wrakingsverzoek moet worden gekwalificeerd. Omdat tegen de beslissing op het eerste verzoek geen rechtsmiddel openstaat, kan het tweede verzoek alleen slagen indien nieuwe feiten of omstandigheden worden aangevoerd die vooringenomenheid aantonen.
Verzoekers brachten geen nieuwe feiten aan. De rechtbank verklaarde het tweede wrakingsverzoek daarom ook niet-ontvankelijk en bepaalde dat een volgend wrakingsverzoek in deze procedure niet in behandeling zal worden genomen. De procedure in de hoofdzaak wordt voortgezet zoals die was voor het eerste wrakingsverzoek.