Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.De procedure
- de dagvaarding van 11 juli 2017;
- de mondelinge behandeling van 21 juli 2017 en de ter gelegenheid daarvan overgelegde producties;
- de pleitnota van [gedaagde] .
Rechtbank Noord-Nederland
Partijen waren gehuwd en na ontbinding van het huwelijk ontstond een geschil over een varend woonschip waarvan de vrouw eigenaar is. In een echtscheidingsconvenant werd het gebruiksrecht aan de man toegekend en werd een gezamenlijke verkoop voorzien. De vrouw wilde het schip verkopen, maar de man verzette zich hiertegen en stelde dat zijn gebruiksrecht onveranderlijk was.
De vrouw stelde dat de man de verkoop frustreren door negatieve gedragingen tijdens bezichtigingen en dat zij het gebruiksrecht had opgezegd. De man betwistte dit en stelde dat de verkoop niet in gezamenlijk overleg was overeengekomen en dat hij het schip zelf wilde kopen maar financiering nog niet rond had.
De rechtbank oordeelde dat de vrouw als eigenaar het recht heeft het schip te verkopen zonder medewerking van de man en dat het gebruiksrecht van de man niet tot onbepaalde tijd voortduurt. De vordering tot ontruiming werd toegewezen met een termijn van vier weken en een dwangsom bij niet-nakoming. De vorderingen tot medewerking aan verkoop werden afgewezen wegens gebrek aan belang.
Uitkomst: Man wordt veroordeeld het woonschip binnen vier weken te ontruimen met dwangsom bij niet-nakoming; vorderingen tot medewerking verkoop worden afgewezen.