ECLI:NL:RBNNE:2017:3544

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
14 april 2017
Publicatiedatum
15 september 2017
Zaaknummer
C18/174764 / PR RK 17-96
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:15 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing wrakingsverzoek rechter in bestuursrechtelijke procedure

Verzoekster heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen rechter P.G. Wijtsma in een bestuursrechtelijke procedure. Het verzoek betrof vermeende partijdigheid van de rechter, waarbij verzoekster stelde dat de rechter zou bijdragen aan een negatieve beeldvorming over haar en niet objectief zou handelen.

De rechtbank heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van artikel 8:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De rechter wordt verondersteld onpartijdig te zijn, en het is aan de verzoekster om concrete feiten of omstandigheden aan te tonen die deze veronderstelling weerleggen.

Verzoekster heeft echter geen concrete feiten of omstandigheden aangevoerd die de partijdigheid van de rechter aannemelijk maken. Bovendien is zij niet verschenen bij de zitting om haar standpunt toe te lichten. De rechtbank concludeert daarom dat het wrakingsverzoek niet gegrond is.

De wrakingskamer wijst het verzoek af en bepaalt dat de hoofdprocedure wordt voortgezet zoals die was ten tijde van het indienen van het wrakingsverzoek. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen rechter P.G. Wijtsma wordt afgewezen wegens gebrek aan concrete feiten die partijdigheid aannemelijk maken.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Groningen
zaaknummer: 174764 / PR RK 17-96

beslissing van de meervoudige kamer van 14 april 2017

op het verzoek van
[A], te [woonplaats], verzoekster
(gemachtigde: [naam]),
tot wraking van

mr. P.G. Wijtsma, rechter.

Procesverloop

Bij brief van 13 maart 2017 heeft verzoekster een verzoek ingediend tot wraking van
mr. P.G. Wijtsma, rechter in de afdeling bestuursrecht van deze rechtbank, in de procedure met zaaknummer LEE 16/4063 (hoofdzaak), waarbij verzoekster als partij is betrokken.
Bij brief van 17 maart 2017 heeft de rechter medegedeeld niet in de wraking te berusten.
Het verzoek is ter zitting van 6 april 2017 door de wrakingskamer behandeld.
Verzoekster is niet verschenen.
De rechter is niet verschenen.
Namens het Centrum Indicatiestelling Zorg (andere partij in de hoofdzaak) zijn
[naam] en [naam] verschenen.

Overwegingen

1. De rechtbank begrijpt het verzoek zodanig dat het door of namens [A] is ingediend. Het is immers zo dat alleen een procespartij een wrakingsverzoek kan indienen.
2. Ingevolge art. 8:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht kan op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
3. Onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 9 november 2011 (ECLI:NL:RVS:2011:BU5252) stelt de rechtbank voorop dat als maatstaf heeft te gelden dat de rechter uit hoofde van zijn aanstelling wordt verondersteld onpartijdig te zijn en dat het aan verzoeker is om aannemelijk te maken dat zich bijzondere omstandigheden voordoen die een uitzondering op deze veronderstelling rechtvaardigen.
4.1.
In de brief van 13 maart 2017 stelt verzoekster onder punt 1 dat de rechter partijdig is te noemen en verwijst naar punt 3 voor de exacte details.
4.2.
Punt 3 van de brief luidt als volgt:
“Beeldvorming
a. Mr. P.G. Wytsma werkt mee aan beeldvorming.
i. [A] is door hem beschadigd en gebadineerd.
Momenteel is zij niet beschikbaar o.a. i.v.m. medische redenen. Toch
gebruikt hij haar willens en wetens. Uit alle correspondentie blijkt dit
duidelijk. Zij heeft nota genomen om haar zelf te beschermen.
ii. Procedures die willens en wetens niet gevolgd zijn. Dit is duidelijk een
persoonlijk opvatting. Ook de teamvoorzitter van de sectie heeft een
duidelijke beeldvorming. Het getuigt niet van objectiviteit dat de
klachten over geen goede geregelde vertegenwoordiging niet
opgepakt worden en kwesties met de verzekeringsmaatschappijen niet
worden opgepakt.
iii. Weigert behandelende arts/specialist te volgen en correcte
diagnostiek.
iv. Staat verspreiding en opname in stukken naar derden van privacy
gevoelige informatie toe”.
4.3.
De rechtbank overweegt dat verzoekster kennelijk betoogt dat de rechter bijdraagt aan de vorming van een negatieve beeld van haar. In algemene bewoordingen geeft eiseres een beschrijving van de gestelde beeldvorming. Eiseres noemt echter geen concrete feiten of omstandigheden waarbij de rechter betrokken zou zijn geweest. Dit klemt te meer nu verzoekster niet ter zitting is verschenen om een toelichting te geven.
Het voorgaande betekent dat verzoekster geen omstandigheden naar voren heeft gebracht aan de hand waarvan de rechtbank kan beoordelen of partijdigheid zich voordoet.
5. Op grond van het voorgaande oordeelt de rechtbank dat niet aannemelijk is geworden dat zich bijzondere omstandigheden voordoen om te veronderstellen dat de rechter partijdig is in de procedure LEE 16/4063.

Beslissing

De rechtbank:
  • wijst het verzoek af;
  • bepaalt dat de procedure in de hoofdzaak (met zaaknummer LEE 16/4063) wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het indienen van het verzoek tot wraking;
  • beveelt de onverwijlde mededeling van deze beslissing aan verzoekster,
aan de rechter en aan het Centrum Indicatiestelling Zorg.
Aldus gegeven door mrs. P.J. Duinkerken, voorzitter, L. Mulder en S. Dijkstra, leden, in tegenwoordigheid van mr. H.A. Hulst als griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 14 april 2017.
griffier voorzitter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Tegen de beslissing staat geen rechtsmiddel open.