ECLI:NL:RBNNE:2017:3541
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Verkorting looptijd schuldsaneringsregeling na faillissement
De rechtbank Noord-Nederland behandelde een hoger beroep tegen de beschikking van de rechter-commissaris die het verzoek tot verkorting van de looptijd van de schuldsaneringsregeling had afgewezen. De verzoeker had gedurende 19 maanden maandelijks € 191,33 afgedragen aan de boedel tijdens zijn faillissement, dat op 25 februari 2014 was uitgesproken.
Na opheffing van het faillissement op 4 augustus 2016 werd de schuldsaneringsregeling van kracht. De verzoeker stelde dat vanwege zijn psychische klachten hij destijds niet in staat was om de schuldsaneringsregeling eerder te laten toepassen, en dat de periode van boedelafdracht meegewogen moest worden bij verkorting van de looptijd.
De rechtbank overwoog dat de bevoegdheid tot verkorting een discretionaire bevoegdheid van de rechter-commissaris is, waarbij het belang van de verzoeker om een schone lei te verkrijgen moet worden afgewogen tegen het belang van schuldeisers. Gezien de duur en hoogte van de boedelafdracht en de persoonlijke omstandigheden van de verzoeker, werd het belang van verkorting zwaarder geacht. De looptijd van de schuldsaneringsregeling werd daarom met zes maanden verkort, waardoor deze eindigt op 4 februari 2019.
Uitkomst: De rechtbank verkort de looptijd van de schuldsaneringsregeling met zes maanden tot 4 februari 2019.