ECLI:NL:RBNNE:2017:2948
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- C.M.M. Oostdam
- H.H.A. Fransen
- R. Depping
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor witwassen door voordeel trekken uit misdrijf opbrengst
De rechtbank Noord-Nederland heeft op 1 augustus 2017 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die werd beschuldigd van het meermalen opzettelijk trekken van voordeel uit opbrengsten van een misdrijf in de periode van eind 2014 tot en met september 2015. Verdachte zou onder meer een Mini Cooper, een vakantie, sieraden en kleding hebben genoten die betaald waren met crimineel geld.
Het bewijs bestond uit verklaringen van medeverdachten, opgenomen gesprekken, WhatsApp-berichten en verklaringen van verdachte zelf. De rechtbank achtte het primair ten laste gelegde bewezen, anders dan het openbaar ministerie dat vrijspraak voor het primair ten laste gelegde bepleitte en enkel het subsidiair ten laste gelegde bewezen wilde zien. De rechtbank vond dat verdachte wist van de criminele herkomst van de goederen en opzettelijk voordeel trok.
De strafbepaling hield rekening met de ernst van het feit, de korte periode van profiteren, het ontbreken van justitiële documentatie en het positieve toekomstperspectief van verdachte. De rechtbank legde een werkstraf van 120 uur op en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 1 maand met een proeftijd van 2 jaar. De voorwaardelijke straf dient als waarschuwing om herhaling te voorkomen.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 1 maand en een werkstraf van 120 uur wegens witwassen.