Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[verdachte] ,
Tenlastelegging
Beoordeling van het bewijs
Bewezenverklaring
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Strafmotivering
Benadeelde partij
- [slachtoffer 1] (feit 1), tot een bedrag van € 323,- ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum dat de schade is ontstaan;
- [slachtoffer 3] (feit 5), tot een bedrag van € 1.750,- ter vergoeding van materiële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum dat de schade is ontstaan;
- [slachtoffer 7] (feit 10), tot bedragen van € 105,- , € 441,49 en € 305,09 ter zake van materiële schade en € 1.750,- ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum dat de schade is ontstaan.
[slachtoffer 1]is het naar het oordeel van de rechtbank voldoende aannemelijk geworden dat de benadeelde partij de gestelde immateriële schade heeft geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 1 bewezen verklaarde. De lichamelijke integriteit van de benadeelde partij is aangetast. De vordering zal daarom worden toegewezen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 8 april 2016.
[slachtoffer 4]is de rechtbank van oordeel dat de schade aan de achteras voor vergoeding in aanmerking komt. Uit de stukken is niet gebleken dat de schade aan de bumper het gevolg is van handelen door verdachte. Daarom zal een bedrag van € 654,78 worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 19 september 2016. Voor het overige zal de benadeelde partij niet ontvankelijk worden verklaard in haar vordering.
[slachtoffer 3]is het naar het oordeel van de rechtbank voldoende aannemelijk geworden dat de benadeelde partij schade heeft geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 5 bewezen verklaarde. Bij het vaststellen van de hoogte van de schade maakt de rechtbank gebruik van haar schattingsbevoegdheid als bedoeld in artikel 6:97 van Pro het Burgerlijk Wetboek. De hoogte van de schade wordt geschat op € 1.000,-, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf
[slachtoffer 7]is het naar het oordeel van de rechtbank voldoende aannemelijk geworden dat de benadeelde partij de gestelde immateriële schade heeft geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 10 primair bewezen verklaarde. De lichamelijke integriteit van de benadeelde partij is aangetast. De vordering ten bedrage van € 1.750,- zal daarom worden toegewezen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 11 maart 2017. Wat betreft de materiële schade is naar het oordeel van de rechtbank slechts de gestelde schade aan de broek en de jas aannemelijk geworden. Ten aanzien van de broek stelt de rechtbank de schade vast op € 55,- en wat betreft de jas op € 37,50. Op deze laatste vaststelling is een afschrijving toegepast. Ook hier zal de wettelijke rente vanaf 11 maart 2017 worden toegewezen.
Vordering na voorwaardelijke veroordeling
-voor zover hier van belang- een voorwaardelijke jeugddetentie voor de duur van vier weken met een proeftijd van twee jaren. De proeftijd is ingegaan op 9 september 2015. Bij beslissing van 24 november 2016 heeft de rechtbank de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde jeugddetentie voor de duur van 17 dagen gelast, nadere bijzondere voorwaarden gesteld en de proeftijd verlengd met één jaar.
Toepassing van wetsartikelen
Uitspraak
De rechtbank
Een jeugddetentie voor de duur van 76 dagen.
Plaatsing in een inrichting voor jeugdigen.
maatregel strekkende tot beperking van de vrijheidvoor de duur van twee jaren, inhoudende dat de veroordeelde zich niet zal bevinden in de binnenstad van Groningen zoals op de bij dit vonnis gevoegde plattegrond is aangegeven.
Ten aanzien van 18/074422-16, feit 1 primair:
[slachtoffer 1]toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 323,- (zegge: driehonderd drieëntwintig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 8 april 2016. Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.
Ten aanzien van 18/223911-16, feit 5:
[slachtoffer 4]toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van
€ 654,78 (zegge: zeshonderdvierenvijftig euro en achtenzeventig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 19 september 2016.
Ten aanzien van 18/223911-16, feit 5:
[slachtoffer 3]toe tot na te melden bedrag en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van €
1.000,-(zegge: duizend euro) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 19 september 2016.
[slachtoffer 3] te betalen een bedrag van € 1.000,- (zegge: duizend euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door jeugddetentie voor de duur van 1 dag, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende jeugddetentie de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.
Ten aanzien van 18/840021-17, feit 10 primair:
[slachtoffer 7]toe tot na te melden bedrag en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van €
1.842,50(zegge: achttienhonderd tweeënveertig euro en vijftig eurocent aan materiële en immateriële schade te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 11 maart 2017.