Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[veroordeelde] ,
Procesverloop
Bewijsmiddelen
Beoordeling
€ 3.952,21
€ 192.763,37
€ 3.952,21
€ 185.535,54
Rechtbank Noord-Nederland
De rechtbank Noord-Nederland heeft op 13 juli 2017 uitspraak gedaan in een zaak tegen een veroordeelde die eerder bij vonnis van 17 oktober 2016 was veroordeeld voor meerdere drugsdelicten en medeplegen van gewoontewitwassen. De officier van justitie had een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ingediend ter hoogte van €176.525,58. De rechtbank baseerde haar beslissing op een kasopstelling die de inkomsten en uitgaven van de veroordeelde over de periode 2011-2015 in kaart bracht.
De rechtbank heeft het wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op €169.297,75, waarbij enkele betalingen die niet aan de veroordeelde konden worden toegerekend in mindering zijn gebracht. De kasopstelling was gebaseerd op wettige bewijsmiddelen, waaronder een rapport van een buitengewoon opsporingsambtenaar en diverse proces-verbalen. De verdediging voerde een draagkrachtverweer aan, stellende dat de veroordeelde niet in staat zou zijn het bedrag te betalen, maar dit werd verworpen omdat dit niet aannemelijk was gemaakt.
De rechtbank oordeelde dat de veroordeelde het voordeel heeft genoten uit de strafbare feiten en legde hem de verplichting op tot betaling van het vastgestelde bedrag aan de Staat. De vordering van de officier van justitie is voor het overige afgewezen. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer onder leiding van voorzitter J. van Bruggen.
Uitkomst: Veroordeelde is verplicht tot betaling van €169.297,75 aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.