ECLI:NL:RBNNE:2017:1817
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte van verkrachting en bedreiging van voormalige partner
De rechtbank Noord-Nederland behandelde op 18 mei 2017 de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van verkrachting van zijn toenmalige partner in 2006 en bedreiging van dezelfde partner in 2015. De officier van justitie vorderde een gevangenisstraf van twaalf maanden, waarvan zes voorwaardelijk.
De rechtbank oordeelde dat het dossier onvoldoende objectief steunbewijs bevatte voor de verkrachtingsaangifte. Politierapporten en medische verklaringen waren gebaseerd op verklaringen van de aangeefster zelf en boden geen onafhankelijke bevestiging. Getuigenverklaringen waren tegenstrijdig en ruim negen jaar na het incident afgelegd, waardoor de betrouwbaarheid werd betwijfeld. Ook vond de rechtbank dat e-mails en brieven van verdachte geen ondubbelzinnige bekentenis vormden.
Ten aanzien van de bedreiging stelde de rechtbank vast dat niet kon worden vastgesteld of verdachte de bedreigende woorden uit de dagvaarding daadwerkelijk had geuit. De door verdachte erkende woorden werden niet als strafbare bedreiging met een misdrijf tegen het leven beschouwd.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van beide tenlasteleggingen wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van verkrachting en bedreiging wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.