ECLI:NL:RBNNE:2017:1804
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Veroordeling groepsleider voor ontuchtige handelingen met minderjarig meisje tijdens scoutingkamp
Verdachte, als groepsleider van een welpengroep, heeft tijdens een scoutingkamp op 12 en 13 december 2015 ontuchtige handelingen gepleegd met een minderjarig meisje dat aan zijn zorg en waakzaamheid was toevertrouwd. Hij heeft het slachtoffer onzedelijk betast, onder meer door zijn hand in haar broek te doen en haar onbedekte vagina aan te raken.
De rechtbank baseerde haar oordeel op de duidelijke en ondubbelzinnige bekentenis van verdachte, de aangifte en het politierapport. Verdachte werd primair bewezen verklaard voor ontucht met een minderjarige onder zijn zorg. Verdachte werd vrijgesproken van overige ten laste gelegde feiten die niet bewezen konden worden.
De rechtbank hield rekening met de ernst van het feit, de impact op het slachtoffer die psychische schade heeft ondervonden, en het feit dat verdachte geen eerdere veroordelingen had. Verdachte volgt inmiddels ambulante behandeling en de rechtbank acht verdere forensische behandeling noodzakelijk om recidive te voorkomen.
De straf bestaat uit een werkstraf van 120 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand met bijzondere voorwaarden, waaronder meldplicht bij de reclassering en het volgen van ambulante behandeling. Daarnaast is verdachte veroordeeld tot een schadevergoeding van €1.550 aan het slachtoffer, inclusief wettelijke rente vanaf de datum van het delict.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een werkstraf van 120 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 1 maand wegens ontuchtige handelingen met een minderjarig meisje.