Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.De procedure
- het verzoekschrift,
- het verweerschrift,
- de mondelinge behandeling, gehouden op 19 december 2016,
- de brief van 13 januari 2017 van verweerder,
- de brief van 19 januari 2017 van verzoekster.
2.De feiten
Het verzet van mevrouw [A] zal namens kantoor gehonoreerd worden. In die zin dat aan mevrouw [A] vanuit kantoor in ieder geval gegarandeerd kan worden dat haar persoonsgegevens niet nader zijn opgeslagen in onze systemen. Dit maakt het voor kantoor onmogelijk om in de toekomst nader gebruik te maken van de persoonsgegevens van mevrouw [A] ."
3.Het verzoek
4.De beoordeling
noodzakelijkis om als advocatenkantoor het hoofd boven water te houden. Gelet op het belang van verzoekster is de rechtbank van oordeel dat de verwerking van de persoonsgegevens niet evenredig is aan het doel van verweerder, zodat de gegevensverwerking achterwege dient te blijven. De rechtbank merkt de verwerking van de persoonsgegevens van verzoekster door verweerder dan ook aan als onrechtmatig.