ECLI:NL:RBNNE:2017:1549
Rechtbank Noord-Nederland
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Verwerping beroep tegen erkenning en tenuitvoerlegging Duitse confiscatiebeslissing
Veroordeelde stelde beroep in tegen de erkenning en tenuitvoerlegging van een confiscatiebeslissing opgelegd door het Landgericht München in Duitsland. Hij voerde aan dat het vertrouwensbeginsel was geschonden en dat de Nederlandse autoriteiten de confiscatiebeslissing niet zouden hebben opgelegd.
De rechtbank oordeelde dat de WOTS-procedure alleen betrekking heeft op vrijheidsbenemende straffen en dat het ontbreken van informatie over de confiscatiebeslissing niet betekent dat deze niet ten uitvoer zou worden gelegd. Er was geen sprake van verjaring en de facultatieve weigeringsgrond dat het feit in Nederland anders zou zijn afgedaan, werd niet gevolgd omdat het onderliggende feit niet wezenlijk anders in Nederland zou zijn behandeld.
De rechtbank stelde vast dat de officier van justitie de erkenning correct had afgehandeld en dat de mogelijkheid tot betaling op dit moment geen rol speelt. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de erkenning en tenuitvoerlegging van de Duitse confiscatiebeslissing wordt ongegrond verklaard.