ECLI:NL:RBNNE:2017:1421
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte wegens onvoldoende bewijs hennepkwekerij en elektriciteitsdiefstal
De rechtbank Noord-Nederland behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van het telen en aanwezig hebben van ongeveer 548 hennepplanten in een pand te Groningen, alsmede van diefstal van elektriciteit. Vast stond dat een medeverdachte in het pand woonde en dat verdachte samen met een andere medeverdachte goederen had geleverd voor de opbouw van de kwekerij.
De rechtbank oordeelde dat niet onomstotelijk kon worden vastgesteld dat verdachte, al dan niet in nauwe samenwerking met anderen, de kwekerij had opgebouwd of onderhouden. Het enkele feit dat verdachte voeding had gebracht, werd onvoldoende geacht voor een nauwe en bewuste samenwerking en werd gezien als een medeplichtigheidshandeling. Ook kon niet worden vastgesteld dat verdachte betrokken was bij de diefstal van elektriciteit.
Daarom werd verdachte vrijgesproken van alle ten laste gelegde feiten. De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot schadevergoeding, die slechts bij de burgerlijke rechter kan worden ingediend.
De uitspraak werd gewezen door mr. P.H.M. Tapper-Wessels, mr. A.F. Gerding en mr. A.G.D. Overmars op 14 april 2017.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor betrokkenheid bij hennepkwekerij en elektriciteitsdiefstal.