ECLI:NL:RBNNE:2017:1035
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte ontuchtige handelingen met twee minderjarige meisjes
De rechtbank Noord-Nederland behandelde op 23 maart 2017 de zaak tegen verdachte, die werd beschuldigd van ontuchtige handelingen met twee minderjarige meisjes, geboren in 2007 en 2009. De tenlastelegging omvatte onder meer het aanraken en binnendringen van de slachtoffers in de periode van maart 2015 tot augustus 2016.
De officier van justitie concludeerde tot vrijspraak voor het primaire ten laste gelegde feit van binnendringen wegens gebrek aan bewijs, maar achtte de ontuchtige handelingen bewezen op basis van verklaringen van de slachtoffers en hun moeder. De verdediging betoogde vrijspraak vanwege tegenstrijdigheden in de verklaringen en ontkenning door verdachte.
De rechtbank oordeelde dat de verklaringen van de slachtoffers en moeder onderling te tegenstrijdig waren en deels op horen zeggen berustten, waardoor het bewijs onvoldoende overtuigend was. Ook de ontkenning van verdachte en het ontbreken van steunbewijs leidden tot vrijspraak van alle ten laste gelegde feiten.
De vorderingen tot schadevergoeding van de benadeelde partijen werden niet-ontvankelijk verklaard en verwezen naar de burgerlijke rechter. De rechtbank bepaalde dat de eigen kosten door partijen worden gedragen en hief het geschorste bevel van voorlopige hechtenis op.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van alle ten laste gelegde ontuchtige handelingen wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.