ECLI:NL:RBNNE:2016:927
Rechtbank Noord-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening toegekend voor individuele begeleiding op grond van Jeugdwet
Verzoekster, een blinde jongere, had jarenlang een persoonsgebonden budget (pgb) voor individuele begeleiding ontvangen op grond van de AWBZ. Met de inwerkingtreding van de Jeugdwet per 1 januari 2015 werd de verantwoordelijkheid voor deze ondersteuning bij de gemeente gelegd. De gemeente weigerde de aanvraag voor een pgb voor individuele begeleiding omdat volgens haar geen sprake was van jeugdhulp en het probleem binnen het gezin kon worden opgelost.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de gemeente onvoldoende inzichtelijk had gemaakt op welke grondslag de weigering was gebaseerd, mede omdat er geen beleid bestond over bovengebruikelijke zorg binnen het gezin, terwijl vaststond dat de moeder van verzoekster dergelijke zorg leverde. Tevens was geen afbouwperiode in acht genomen bij de beëindiging van het eerdere pgb en ontbrak een ondersteuningsplan, wat in strijd is met de Awb.
De rechtbank stelde vast dat de belangen van verzoekster zwaarder wogen dan die van de gemeente en schorste het bestreden besluit tot zes weken na de beslissing op bezwaar. Tevens werd aan verzoekster een voorlopige voorziening toegekend van €800 per maand voor individuele begeleiding. De gemeente werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt geschorst en verzoekster krijgt een voorlopige voorziening van €800 per maand voor individuele begeleiding toegekend.