Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
mr. E.Th.M. Zwart-Sneek(hierna: mr. Zwart-Sneek), rechter in deze rechtbank.
Rechtbank Noord-Nederland
In deze zaak diende verzoeker een wrakingsverzoek in tegen mr. Zwart-Sneek, rechter in een civiele procedure, omdat zij op 5 oktober 2016 had besloten niet te wachten met het wijzen van vonnis totdat op een verzoek tot voorlopig getuigenverhoor was beslist en de getuigen waren gehoord. Verzoeker vreesde hierdoor dat cruciaal getuigenbewijs niet meer gehoord zou worden, wat hij als partijdigheid van de rechter interpreteerde.
De wrakingskamer, bestaande uit drie rechters, overwoog dat de rechter geacht wordt onpartijdig te zijn tenzij er uitzonderlijke omstandigheden zijn die een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid opleveren. De beslissing van de rechter om het vonnis niet uit te stellen is volgens de kamer niet onbegrijpelijk en berust op de wettelijke taak van de rechter om eerst een oordeel te geven over het bewijsaanbod in het vonnis zelf.
Daarnaast werd het argument van verzoeker dat mr. Zwart-Sneek zou liegen over haar kennis van een mogelijke belangenverstrengeling met een advocaat van een derde partij niet onderbouwd bevonden en onvoldoende om partijdigheid aan te nemen. De wrakingskamer wees het verzoek daarom af en bepaalde dat de civiele procedure wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen mr. Zwart-Sneek is afgewezen en de civiele procedure wordt voortgezet.