ECLI:NL:RBNNE:2016:5808
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van seksueel misbruik minderjarigen
De rechtbank Noord-Nederland heeft op 13 juni 2016 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen verdachte die werd verdacht van meerdere ontuchtige handelingen met minderjarige slachtoffers in Groningen tussen 2000 en 2004.
De tenlastelegging betrof onder meer het betasten en binnendringen van het lichaam van minderjarige slachtoffers, waarbij het openbaar ministerie steun zocht in verklaringen van slachtoffers, getuigen en WhatsApp-contacten. De verdediging voerde aan dat de verklaringen onvoldoende betrouwbaar waren, mede door het ontbreken van concreet steunbewijs en mogelijke beïnvloeding van de slachtoffers.
De rechtbank oordeelde dat de verklaringen van de slachtoffers niet voldoende werden ondersteund door ander, onafhankelijk bewijs. Getuigenverklaringen waren indirect en afkomstig uit dezelfde bron, en digitale communicatie bood geen duidelijke aanwijzingen van misbruik. Gezien het ontbreken van voldoende steunbewijs sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten.
Daarnaast werden de schadevorderingen van de benadeelde partijen afgewezen wegens het ontbreken van bewezen feiten. De rechtbank benadrukte dat een vrijspraak niet impliceert dat de aangiftes vals zijn, maar dat het bewijs ontoereikend was om tot een veroordeling te komen.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van seksueel misbruik.